Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 maart 2026 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Alblasserdam, het college
Procesverloop
[eiser 10], [eiser 12] en [eiser 14], allen bijgestaan door hun gemachtigde. Namens het college zijn hun gemachtigden verschenen en namens vergunninghoudster zijn verschenen haar gemachtigde en [naam 4].
Beoordeling door de rechtbank
(hierna: a-activiteit);
de a- en de c- activiteiten de procedure voor het verkrijgen van de natuurtoestemming. Dit betekent dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd en dat alleen kan worden afgeweken met artikel 2.12, eerste lid, onder a en 3°, van de Wabo. Gelet op artikel 6 van Pro het BuChw is artikel 3.10, eerste lid, van de Wabo niet van toepassing, maar het college heeft desondanks de uitgebreide voorbereidingsprocedure doorlopen.
De rechtbank ziet in wat eisers op de zitting hebben aangevoerd geen aanleiding om te concluderen dat het college de grondslag van de aanvraag heeft verlaten, zoals zij betogen.
8.5 Deze beroepsgronden van eisers slagen niet.
voor een bepaalde termijn’ kan worden afgeweken en dat dit zo kan worden gelezen dat het (dus) voor een periode van langer dan 10 jaar kan. Uit voorschrift 1 van de omgevingsvergunning volgt dat op grond van artikel 2.23 van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 5.16, eerste lid, van het Bor na het verstrijken van de instandhoudingstermijn van vijftien jaar, vergunninghoudster gehouden is om de bouwwerken te slopen dan wel in de oorspronkelijke toestand terug te brengen. Het college heeft op de zitting toegelicht dat niet artikel 6 van Pro het BuChw, maar de Wabo ten grondslag is gelegd aan de tijdelijkheid van het project en dat artikel 6 van Pro het BuChw kan worden gezien als een motivering voor de tijdelijkheid van het project. Uit het bestreden besluit volgt dat de gemeente met het tijdelijk toestaan van de woningen op de locatie wil bijdragen aan een gezamenlijke huisvesting voor de drie doelgroepen. Doordat de woningen grotendeels in de fabriek worden geproduceerd, is de CO2- en stikstofuitstoot lager dan bij traditioneel bouwen op een bouwplaats. De woningen worden in een fabriek vervaardigd uit circulaire materialen en hebben een levensduur van meer dan 15 jaar. De woningen kunnen echter na verloop van tijd in hun geheel op een andere locatie worden gezet en worden hergebruikt. De rechtbank stelt vast dat artikel 2.23 van de Wabo in samenhang gelezen met artikel 5.16, eerste lid, van het Bor een juridische grondslag bevatten voor de tijdelijkheid van de omgevingsvergunning. De rechtbank ziet in wat eisers hebben aangevoerd geen aanknopingspunt om tot het oordeel te komen dat het college met het voorgaande onvoldoende heeft gemotiveerd waarom is gekozen voor een periode van vijftien jaar.
Het plan bestaat uit 28 grondgebonden woningen van 2 bouwlagen en 18 studio’s van 3 bouwlagen. Stedenbouwkundig is aansluiting gezocht met de bestaande omgeving. Derhalve zijn aan de oostzijde de grondgebonden woningen gepositioneerd. Dit was ook vanuit omwonenden aan die zijde vanuit de participatie een vereiste. Het blok met de 18 studio's is aan de zijde van de Pieter de Hoochplaats gepositioneerd. In het plan komen 33 parkeerplaatsen verdeeld over twee parkeerkoffers gesitueerd bij de entrees. Op deze manier ontstaat er een autovrije groene ruimte in het midden van het plangebied. Om een kwalitatieve en veilige openbare ruimte te creëren is ervoor gekozen de woningen naar binnen te oriënteren. Op deze manier ontstaat er een groene verblijfsruimte als veilige thuishaven waar de toekomstig bewoners op uitkijken. De dichte groene rand, die zoveel als mogelijk behouden blijft, zorgt ervoor dat dit een logischer keuze is. Daarnaast is dezelfde groene rand van grote invloed op de posities van de woningen (door de kroon van de bomen). De verbinding met de omgeving wordt voornamelijk gemaakt door de nieuwe langzaam verkeersroutes op de omgeving te laten aansluiten, voornamelijk gericht op de verbinding aan de noordzijde met het park/speeltuin. Als de woningen naar de bestaande omgeving georiënteerd zouden worden is het gevolg dat meer groen (onderbeplanting) moet worden gesnoeid. Met die keuze was tevens geen sociaal, groen hart mogelijk geweest, waar huidige en toekomstige bewoners elkaar kunnen ontmoeten, maar een achterpad-situatie. Ook was meer verharding in de vorm van trottoirs nodig geweest.(…)”
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college hiermee toereikend gemotiveerd waarom het is het afgeweken van het aan haar uitgebrachte stedenbouwkundig advies. De rechtbank ziet in wat eisers hebben aangevoerd geen aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
.Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft.
.Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap.
.Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid.
.Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij:
.een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of
.sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid.
.Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden:
.de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen;
.de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen;
.de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
.duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt;
.wegnemen van verharding;
.toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen;
.andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij
.aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering;
.indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast.