ECLI:NL:RBROT:2026:2912
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige voorziening opvang ontheemden Oekraïne
De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen om opheffing van een eerder getroffen voorlopige voorziening die het college verplicht opvang te bieden aan Oekraïense ontheemden. De voorlopige voorziening was getroffen na bezwaar van de Oekraïners tegen het uitblijven van een besluit op hun aanvraag voor opvang.
De voorzieningenrechter overweegt dat het bezwaar van 12 november 2025 tegen de feitelijke weigering om opvang te verlenen, mede betrekking heeft op het besluit van 11 december 2025. Hierdoor is het bezwaar ontvankelijk en blijft de voorlopige voorziening van kracht. Het college heeft een resultaatsverplichting om opvang te bieden of alternatieve maatregelen te treffen.
Het verzoek tot opheffing wordt afgewezen omdat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bezwaar ontbreekt of dat het onmogelijk is om aan de voorlopige voorziening te voldoen. De voorzieningenrechter benadrukt het voorlopige karakter van de uitspraak en dat het aan het college is om een besluit te nemen op het bezwaar van de Oekraïners.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen en het college blijft verplicht opvang te bieden aan de Oekraïense ontheemden.