ECLI:NL:RBROT:2025:15050

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
ROT 25/9233
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.P. Heijne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om opvang voor ontheemden uit Oekraïne afgewezen door college van burgemeester en wethouders

Deze uitspraak betreft de afwijzing van een aanvraag om opvang van verzoekers, ontheemden uit Oekraïne, door het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen. Verzoekers hebben op 29 oktober 2025 een aanvraag ingediend voor opvang onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Het college heeft de aanvraag afgewezen met de reden dat de opvangvoorziening volledig bezet is. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen, oordelend dat het college een resultaatsverplichting heeft om opvang te bieden aan ontheemde Oekraïners, ongeacht de beschikbare capaciteit. De voorzieningenrechter benadrukt dat het gebrek aan opvangcapaciteit het college niet ontslaat van deze verplichting. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het college binnen 72 uur na de uitspraak opvang moet bieden aan verzoekers tot zes weken na de beslissing op het bezwaarschrift. Tevens is het college veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekers.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/9233

uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker 1] & [verzoeker 2], uit Vlaardingen, verzoekers

(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),
en

het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen, het college

(gemachtigde: mr. R. Yahya).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om opvang van verzoekers onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (RooO). Het college geeft aan dat de opvangvoorziening volledig bezet is en niet kan worden verwacht dat zij tegen die achtergrond opvang biedt aan verzoekers. Verzoekers zijn het niet eens met de afwijzing en hebben bezwaar gemaakt. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om het college op te dragen alsnog (tijdelijke alternatieve) opvang te bieden.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Op grond van de regelgeving rust op het college een resultaatsverplichting om opvang te bieden aan ontheemde Oekraïners. Het gebrek aan opvangcapaciteit ontslaat het college niet van die verplichting. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen die heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.

Procesverloop

2. Verzoekers hebben op 29 oktober 2025 een aanvraag om opvang ingediend. Na het uitblijven van een schriftelijk besluit, hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen de feitelijke weigering om verzoekers opvang te bieden en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, [naam 1] als tolk, de gemachtigde van het college en [naam 2] namens het college.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft de behandeling van het onderzoek ter zitting geschorst. Met partijen is overeengekomen dat het college uiterlijk 11 december 2025 een schriftelijk besluit neemt op de aanvraag van verzoekers.
2.3.
Met het besluit van 11 december 2025 (het bestreden besluit) heeft het college de aanvraag om opvang van verzoekers afgewezen. Verzoekers hebben hun verzoek om een voorlopige voorziening gehandhaafd.
2.4.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoekers hebben zich op het standpunt gesteld dat zij uit Oekraïne zijn gevlucht en op 3 september 2025 in Nederland zijn aangekomen. Zij hebben zich bij het college gemeld voor opvang. Het college heeft hen verwezen naar opvanglocatie Mrija in Vlaardingen. Het locatiemanagement van Mrija heeft verzoekers opvang geweigerd en doorgestuurd naar de (voormalige) hub in Rotterdam. Ook daar zijn verzoekers geweigerd. Verzoekers hebben zich zonder succes gemeld bij andere gemeenten. Intussen verblijven verzoekers, zonder toestemming, bij hun (schoon)moeder in de opvang Mrija. Door het ontbreken van de toestemming kunnen verzoekers zich niet inschrijven in het basisregister persoonsgegevens (BRP) en komen verzoekers niet in aanmerking voor de rechten onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming [1] en de RooO, aldus verzoekers.
3.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers op 29 oktober 2025 een schriftelijke aanvraag hebben gedaan bij het college om opvang op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de RooO. Toen een beslissing uitbleef, hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen de feitelijke weigering en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening. Ter zitting is inhoudelijk gesproken over de opvangverplichting onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de daarop gebaseerde regelgeving. Ook is gesproken over het ontbreken van een schriftelijk besluit op de aanvraag van verzoekers. Met partijen is afgesproken dat het college, hangende het onderzoek, alsnog een besluit neemt op de aanvraag van verzoekers.
3.2.
Het college heeft met het bestreden besluit de aanvraag van verzoekers om opvang afgewezen. Het college stelt dat de opvangvoorziening in Vlaardingen op dit moment volledig bezet is. Het is niet mogelijk om op korte termijn extra opvangplaatsen te realiseren die voldoen aan de daaraan te stellen eisen. Het is onevenredig om de verantwoordelijkheid voor (tijdelijk alternatieve) opvang bij dit college te leggen, dit te meer daar verzoekers zich bij meerdere colleges zouden hebben gemeld. Het college wijst erop dat het wettelijk stelsel onvoldoende rekening houdt met de feitelijke grenzen aan de uitvoeringscapaciteit van afzonderlijke colleges. Door het gebrek aan toereikende waarborgen op het gebied van uitvoerbaarheid, coördinatie en beheersbaarheid worden gemeenten door de wettelijke aanspraken onevenredig zwaar belast. Het college besluit dat toewijzing van de aanvraag op dit moment niet verantwoord is.
Hebben verzoekers een spoedeisend belang?
4. De voorzieningenrechter neemt in deze zaak het spoedeisend belang aan. Verzoekers voeren aan dat de huidige (woon)situatie – het inwonen in de unit van de (schoon)moeder - niet stabiel is. Ook kunnen zij zich zonder formeel verblijf niet inschrijven in de BRP en kunnen zij geen gebruik maken van hun rechten onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Daarbij hebben verzoekers ter zitting gesteld dat Oekraïners maximaal 90 dagen zonder visum in Nederland kunnen verblijven. Omdat verzoekers sinds 3 september 2025 in Nederland verblijven, is het einde van die termijn al verstreken en lopen zij zonder verblijfstitel een risico op uitzetting.
Toetsingskader
5. Na de inval van Rusland in Oekraïne is door de Raad van de Europese Unie besloten om ontheemden uit Oekraïne tijdelijke bescherming te bieden onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Onder de bescherming valt onder andere het recht op een fatsoenlijk onderkomen [2] en een bewijs van een (tijdelijke) verblijfstitel [3] . Lidstaten zijn bevoegd de tijdelijke bescherming naar eigen inzicht vorm te geven. In Nederland draagt het college van een gemeente zorg voor de materiële en immateriële opvang van ontheemden. [4] Dat betekent dat het college opvang biedt aan Oekraïners indien zij zich bij de gemeente melden. Als geen opvangvoorziening meer beschikbaar is, kan het college tijdelijk alternatieve opvang beschikbaar stellen. [5]
5.1.
De voor de beoordeling van het verzoek belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Heeft het college terecht de aanvraag van verzoekers voor opvang afgewezen?
6. Verzoekers stellen dat zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de RooO vallen en dat het college verplicht is opvang te bieden in een gemeentelijke opvangvoorziening of bij gebreke daarvan in een tijdelijke alternatieve opvangvoorziening.
6.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers onbetwist hebben gesteld dat zij ontheemden uit Oekraïne zijn. De voorzieningenrechter gaat er daarom vanuit dat verzoekers kunnen worden aangemerkt als ontheemden in de zin van de RooO. [6] Het college ontkent ook niet de aanspraak die verzoekers hebben op opvang onder de RooO. De vraag die de voorzieningenrechter moet beantwoorden is of het college verplicht is die opvang te bieden ook als de gemeentelijke opvangvoorziening vol is.
6.2.
Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat het college voor een grote uitdaging staat om de ontheemden die zich melden opvang te bieden, maakt dat niet dat het college van de opvang van ontheemden uit Oekraïne af kan zien. Op het college rust immers een resultaatsverplichting, die voorschrijft dat het college zorg moet dragen voor opvang van ontheemden. De bepalingen bieden geen grondslag voor het weigeren van die opvang. Dat geldt ook voor de situatie dat in de desbetreffende gemeente geen opvangplekken meer beschikbaar zijn. Als de opvangvoorziening bezet is, kan op basis van artikel 3 van de RooO tijdelijk alternatieve opvang worden geboden. Dat kan in een opvangvoorziening in een andere gemeente zijn, maar ook in de vorm van particuliere opvang waar het college de kosten van draagt. Ook kan het college financiële middelen ter beschikking stellen zodat de ontheemde zelf opvang kan regelen en betalen. Dat artikel 3 van de RooO als kan-bepaling is geformuleerd, maakt niet dat het college opvang mag weigeren als de opvangvoorziening vol is. Artikel 3 van de RooO maakt het uitsluitend mogelijk om de opvangverplichting op een alternatieve wijze in te vullen als aan de hoofdregel van artikel 2 van de RooO niet kan worden voldaan. [7] Het feit dat het college meent dat de regeling – om welke reden dan ook – voor haar onuitvoerbaar is en zij meent onevenredig zwaar te worden belast, komt niet voor rekening en risico van verzoekers, maar zal door het college onder de aandacht van de wetgever moeten worden gebracht en door de wetgever moeten worden opgelost. Dat verzoekers zich eerder ook bij andere colleges hebben gemeld, maakt dat niet anders. Daarbij merkt de voorzieningenrechter overigens nog op dat het college de kosten voor de opvang van ontheemden bij het rijk kan declareren en zij ten opzichte van die andere gemeenten geen financieel nadeel ondervindt. [8]
6.3.
Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college de aanvraag om opvang van verzoekers ten onrechte afgewezen en heeft het bezwaar een redelijke kans van slagen.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe en bepaalt dat het college aan verzoekers binnen 72 uur na deze uitspraak opvang moet bieden tot zes weken nadat op het bezwaarschrift is beslist.
7.1.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet het college de door de door verzoekers gemaakte proceskosten vergoeden. De voorzieningenrechter stelt de vergoeding voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Verzoekers zijn vrijgesteld van het betalen van griffierecht, waardoor dit niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe in die zin dat het college verzoekers binnen 72 uur opvang moet worden geboden tot zes weken nadat op het bezwaarschrift is beslist;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Heijne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.D.F. Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Richtlijn 2001/55/EG (Richtlijn Tijdelijke Bescherming)
Artikel 8
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen opdat de begunstigden voor de volledige duur van de tijdelijke bescherming over verblijfstitels beschikken. Hiertoe worden documenten of andere, gelijkwaardige bewijsstukken verstrekt.
(…)
Artikel 13
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de begunstigden van tijdelijke bescherming een fatsoenlijk onderkomen krijgen of, in voorkomend geval, middelen te hunner beschikking krijgen om huisvesting te vinden.
(…)
Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne
Artikel 2
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de materiële en immateriële opvang van ontheemden.
(…)
Regeling opvang ontheemden Oekraïne
Artikel 2
1. Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor de opvang van ontheemden. De in de eerste volzin bedoelde taak is niet van toepassing op alleenstaande minderjarige ontheemden.
(…)
Artikel 3
Het college van burgemeester en wethouders kan een tijdelijke alternatieve opvangvoorziening beschikbaar stellen die voldoet aan de minimumnormen zoals opgenomen in deze regeling indien:
er geen opvangvoorziening meer beschikbaar is; of
de specifieke situatie en bijzondere opvangbehoeften van een kwetsbare ontheemde andersoortige opvang vereist.

Voetnoten

1.Richtlijn Tijdelijke Bescherming (2001/55/EG).
2.Dit volgt uit artikel 13, eerste lid, van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
3.Dit volgt uit artikel 8, eerste lid, van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
4.Dit volgt uit artikel 2, eerste lid, van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne (de Tijdelijke wet) in samenhang met artikel 2, eerste lid, van de RooO.
5.Dit volgt uit artikel 3, aanhef, onder a, van de RooO.
6.Zie artikel 1, onder c, van de RooO.
7.Zie ook de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 oktober 2025 (ECLI:NL:RBNNE:2025:4074), onder 7.1.
8.Op grond van de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne kan een gemeente de totale werkelijke kosten per opvangplek declareren bij het rijk als de totale werkelijke kosten van de opvang van de ontheemden uit Oekraïne de specifieke uitkering van het rijk aan de gemeente overschrijden. Ook uit het Bestuurlijk Afsprakenkader ontheemden uit Oekraïne 2024 volgt dat de gemeente geen financieel nadeel mag ondervinden van de RooO.