2.3.1.Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.5.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1, 2, 3 en 7 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3
1.
Proces-verbaal van de politie
2.
Verklaring van de verdachte
3.
Proces-verbaal van de politie
4.
Proces-verbaal van de politie
5.
Proces-verbaal van de politie
6.
Proces-verbaal van de politie
7.
Proces-verbaal van de politie
8.
Proces-verbaal van de politie
9.
Proces-verbaal van de politie
10.
Proces-verbaal van de politie
11.
Proces-verbaal van de politie
12.
Proces-verbaal van de politie
13.
Proces-verbaal van de politie
14.
Proces-verbaal van de politie
15.
Proces-verbaal van de politie
16.
Proces-verbaal van de politie
17.
Proces-verbaal van de politie
18.
Proces-verbaal van de politie
19.
Proces-verbaal van de politie
20.
Proces-verbaal van de politie
21.
Proces-verbaal van de politie
22.
Proces-verbaal van de politie
23.
Proces-verbaal van de politie
24.
Proces-verbaal van de politie
25.
Proces-verbaal van de politie
26.
Proces-verbaal van de politie
27.
Proces-verbaal van de politie
28.
Proces-verbaal van de politie
29.
Proces-verbaal van de politie
30.
Proces-verbaal van de politie
31.
Proces-verbaal van de politie
32.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 1]
33.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [verdachte]
34.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [verdachte]
35.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [verdachte]
36.
Proces-verbaal van de politie
37.
Proces-verbaal van de politie
De bewezenverklaring van de feiten 4, 5 en 6 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelenen de onderstaande bewijsmotivering.
38.
Proces-verbaal van de politie
Uit de eerder in het onderzoek verstrekte iCOV rapportage kan worden afgeleid dat [verdachte] de volgende omzet heeft opgegeven bij de Belastingdienst:
Jaar Omzet
2021 9.847
2022 6.652
2023 38.170
39.
Proces-verbaal van de politie
Dit proces-verbaal bevat een analyse van de transacties van [naam 3] over de periode
01-01-2021 tot en met 17-07-2024.
Het reguliere inkomen van [naam 3] bestaat uit uitkeringen, pensioen en loon, te weten €118.062,20. Daarnaast wordt er € 58.955,00 aan contanten op haar bankrekening gestort. [naam 3] maakt met name geld over aan haar zoon, [verdachte] . In de gevorderde periode maakt ze in totaal € 109.083,50 naar hem over. Regelmatig vonden contante stortingen plaats in de week dat [naam 3] geld overmaakte naar [verdachte] .
40.
Proces-verbaal van de politie
In dit proces-verbaal analyseer ik de cryptocurrency transacties op het Binance account van [verdachte] .
Op het account van [verdachte] werden 245 cryptocurrency stortingen ontvangen. De stortingen vonden plaats in de periode 10 oktober 2019 tot en met 24 mei 2023.
Op basis van omrekening heeft [verdachte] in de periode 1 januari 2021 tot en met
24 mei 2023 een totale waarde van € 314.690,27 aan cryptocurrency ontvangen op zijn Binance account.
41.
Proces-verbaal van de politie
Op naam van [verdachte] zijn er vier transacties gedaan bij Goudonline.nl. Deze transacties zijn verlopen via een zogenaamd taxatiepakket. Hierbij stuurt de klant de items naar Goudonline.nl, waarna per mail een aanbod aan de klant gedaan wordt. Als de klant dit bod accepteert, wordt het geld overgemaakt naar de rekening. [verdachte] heeft in vier transacties (op 23 juli 2024, 21 augustus 2024, 17 september 2024 en 2 december 2024) acht stukken goud verkocht aan het bedrijf. In totaal heeft [verdachte] dus € 22.973,75 ontvangen van Goudonline.nl voor het verkochte goud.
42.
Proces-verbaal van de politie
[verdachte] heeft op 3 oktober 2024 één keer 100 gram goudbaar verkocht aan Goudzaken B.V. Goudzaken B.V. heeft hier € 7.506,80 voor betaald aan [verdachte] . Het geld is overgemaakt naar het rekeningnummer: [rekeningnummer 1] t.n.v. [verdachte] .
43.
Proces-verbaal van de politie
Uit de politiesystemen is gebleken dat [verdachte] in 2021 aangifte heeft gedaan van diefstal van cryptocurrency. Ik deed onderzoek naar het bijbehorende cryptocurrency adres van [verdachte] . Uit de aangifte kan worden afgeleid dat het adres [bitcoin-adres 1] toebehoorde aan [verdachte] . Op dit adres is ruim 4,2 Bitcoin ontvangen in de periode 23 april 2021 tot en met
17 juli 2021 ter waarde van € 119.923.
44.
Proces-verbaal van de politie
Op 3 december 2024 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden in de woning aan de [adres 2] . Tijdens deze doorzoeking is een Crypto ledger met kabel in beslag genomen (goedcode B.02.01.004). In dit geval betrof het een Ledger Nano X hardware wallet.
Tijdens het verhoor heeft [verdachte] verklaard dat de hardware wallet van hem is.
Ik heb het transactiebestand bekeken en ik zag het volgende. Op basis van de toegepaste omrekening bedroeg de totale waarde van alle inkomende transacties € 180.665,20.
45.
Verklaring van de verdachte
U bespreekt met mij feit 5. Ik heb iets gedaan dat niet goed is. Het klopt dat ik heb ingelogd op het account van [naam 2] . Mij is gevraagd om het tijdslot van dat account af te halen. Ik kreeg daar geld voor. Ik begrijp dat het ten laste is gelegd als binnendringen in een geautomatiseerd werk.
46.
Proces-verbaal van de politie
Op 9 december 2024 deed ik onderzoek, naar de digitaal uitgelezen mobiele telefoon die
in beslag is genomen onder goedcode B.06.03.001 en SIN-nummer AART7744NL. Het toestel werd op 3 december 2024 in beslag genomen tijdens de doorzoeking aan de [adres 2] , de feitelijke verblijfplaats van [verdachte] , hierna [verdachte] genoemd. Deze doorzoeking vond plaats nadat de verdachte [verdachte] werd aangehouden aan de [adres 2] . Dit toestel werd aangetroffen op de tafel op zolder.
In het eerste zaak gerichte verhoor van [verdachte] heeft hij het volgende verklaard:
"Alle telefoons in de woning zijn van mij en voordat de politie binnenviel heb ik alle telefoons uit mijn lade onder haar bed verstopt".
De verklaring van [verdachte] maakt het aannemelijk dat het toestel bij [verdachte] in gebruik is.
47.
Proces-verbaal van de politie
In het toestel met goedcode B.06.03.001 trof ik afbeelding 1 aan. Afbeelding 1 is een afbeelding van een snapchat bericht afkomstig van een account met weergavenaam " [weergavenaam] " en gebruikersnaam [gebruikersnaam] . De afbeelding bevatte Nederlandse persoonsgegevens waaronder het email adres [e-mailadres 1] . Ik zag dat de afbeelding als created datum/tijd 17 april 2024 11:26 (UTC+0) heeft.
Kort samengevat bleek uit de aangiftes dat [naam 2] slachtoffer is geworden van cybercrime. Zij is op 17 april 2024 tussen 13:00 en 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordeed als werknemer van [naam bedrijf] , een crypto aanbieder. Deze persoon wist het wachtwoord dat [naam 2] gebruikte voor haar account en zodoende heeft hij haar 1250 euro afgenomen. [naam 2] heeft contact opgenomen met het echte bedrijf [naam bedrijf] en [naam bedrijf] heeft een onderzoek ingesteld naar de transacties. Onderstaand zijn de bevindingen van [naam bedrijf] weergeven. Deze bevindingen zijn door [naam 2] verstrekt aan de politie.
Bevindingen onderzoek van [naam bedrijf]
"Wij zien dat er 3 opnames van uw account zijn verricht op 17-04-2024. De opname is verricht naar het volgende adres: [bitcoin-adres 2] .
Het IP-adres dat is gebruikt bij deze opname door de kwaadwillende is: [IP-adres] ."
Ik heb vervolgens onderzoek ingesteld naar het IP-adres [IP-adres] . Ik zag dat binnen onderzoek Hageheld dit IP-adres gekoppeld staat aan het adres [adres 3] . Dit is gebaseerd op een CIOT vordering. Uit onderzoek Hageheld is verder gebleken dat verdachte [verdachte] verbleef op de [adres 3] en van
13 november 2023 tot 1 december 2024 ingeschreven stond op dit adres.
Ik zag verder dat de waarde van de transacties ook overeen kwam met de gegevens aangeleverd door [naam bedrijf] . Dit betrof een bedrag van 1102,84 euro.
Daarnaast is het geld overgeschreven naar een crypto wallet gekoppeld aan de telefoon met goedcode B.06.03.001. Tot slot is in dezelfde telefoon een authenticator aanvraag voor het email adres [e-mailadres 1] aangetroffen.
Resumé
Op het telefoontoestel met goedcode B.06.03.001 in gebruik van [verdachte] is een
afbeelding aangetroffen met de gegevens van [naam 2] . [naam 2] heeft
aangifte gedaan dat zij op 17 april 2024 is opgelicht voor 1250 euro. Uit onderzoek van
[naam bedrijf] is gebleken dat de transacties waarbij het geld van [naam 2] is weggenomen
zijn verricht van een IP adres van de [adres 3] , waar [verdachte] verbleef.
Daarnaast is het geld overgeschreven naar een crypto wallet gekoppeld aan de telefoon
met goedcode B.06.03.001. Tot slot is in dezelfde telefoon een authenticator aanvraag voor
het email adres [e-mailadres 1] aangetroffen.
48.
Proces-verbaal van de politie
In de nu aangeleverde gegevens van [naam bedrijf] van het account van [naam 2] zag ik in de account logging dat op 17 april 2024 omstreeks 13:30 uur een nieuw device wordt toegevoegd aan het [criptoaccount] van [naam 2] vanaf IP adres [IP-adres] . Ik zag in de logging verder dat er meerdere keren "Login Succesvol" wordt geregistreerd vanaf
IP-adres [IP-adres] . Ik zag op 17 april 2024 de volgende withdrawels (opnames) naar een ander cryptoadres.
Ik ontving van [naam bedrijf] de account en transacties gegevens van [naam 1] . Ik zag in de logging op 16 april 2024 omstreeks 17:20 uur "add device" staan afkomstig vanaf IP adres [IP-adres] . Om 17:21 uur zag ik "loging success" als logging van hetzelfde IP adres en dit zag ik nogmaals om 17:22 uur. Ik zag geen andere logging vanaf dit IP-adres. In de politiesystemen maakte ik een zoekslag op [naam 1] en zag ik dat hij op 18 april 2024 onder BVH nummer [BHV nummer] aangifte heeft gedaan van cybercrime. Samengevat verklaarde [naam 1] dat hij op 15 april 2024 omstreeks 19:50 uur een email ontving zogenaamd afkomstig van [naam bedrijf] op zijn email adres [e-mailadres 2] om de two factor te verifiëren van zijn [criptoaccount] . Nadat hij op deze link had geklikt werd hij
20 minuten later gebeld door een medewerker van [naam bedrijf] . Er waren inlog pogingen gedaan en de medewerker zij dat het account van [naam 1] 24 uur geblokkeerd zou worden. Op 16 april 2024 omstreeks 14:00 ontving [naam 1] een overzicht waarop stond dat er meerdere crypto valuta waren verkocht en het geld was overgeschreven naar bankrekening [rekeningnummer 2] . Het ging om drie transacties van 180, 1082 en 2872 euro. Deze Bunq rekening was voor [naam 1] onbekend. Nadat [naam 1] een mail had gestuurd naar [e-mailadres 3] werd hij gebeld door een man die zich voorstelde als [naam 4] van [naam bedrijf] . In dit gesprek werd besproken hoe de transacties konden worden teruggedraaid. Om de transacties terug te draaien moest [naam 1] van [naam 4] twee transacties overmaken te van 4724,92 euro en 1 euro naar [rekeningnummer 3] en
1. transactie van 270 naar [rekeningnummer 4] . Vermoedelijk betrof [naam 4] geen echte medewerker van [naam bedrijf] .
49.
Verklaring van de verdachte
Deze documenten kun je makkelijk op Telegram vinden. Het zou goed kunnen dat ik er een screen shot van heb gemaakt.
50.
Proces-verbaal van de politie
Op 3 december 2024 werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning [adres 2] .
Tijdens de doorzoeking werd in beslag genomen:
B.06.03.001 – iPhone.
51.
Proces-verbaal van de politie
Op 9 december 2024 deed ik onderzoek, naar de digitaal uitgelezen mobiele telefoon die
in beslag is genomen onder goedcode B.06.03.001 en SIN-nummer AART7744NL. Het toestel werd op 3 december 2024 in beslag genomen tijdens de doorzoeking aan de [adres 2] , de feitelijke verblijfplaats van [verdachte] , hierna [verdachte] genoemd. Deze doorzoeking vond plaats nadat de verdachte [verdachte] werd aangehouden aan de [adres 2] . Dit toestel werd aangetroffen op de tafel op zolder.
In het eerste zaak gerichte verhoor van [verdachte] heeft hij het volgende verklaard:
"Alle telefoons in de woning zijn van mij en voordat de politie binnenviel heb ik alle telefoons uit mijn lade onder haar bed verstopt".
De verklaring van [verdachte] maakt het aannemelijk dat het toestel bij [verdachte] in gebruik is.
52.
Proces-verbaal van de politie
Op het telefoontoestel met goedcode B.06.03.001 in gebruik van [verdachte] is een
afbeelding aangetroffen met de gegevens van [naam 2] . [naam 2] heeft
aangifte gedaan dat zij op 17 april 2024 is opgelicht voor 1250 euro. Uit onderzoek van
[naam bedrijf] is gebleken dat de transacties waarbij het geld van [naam 2] is weggenomen
zijn verricht van een IP adres van de [adres 3] , waar [verdachte] verbleef.
Daarnaast is het geld overgeschreven naar een crypto wallet gekoppeld aan de telefoon
met goedcode B.06.03.001. Tot slot is in dezelfde telefoon een authenticator aanvraag voor
het email adres [e-mailadres 1] aangetroffen.
53.
Proces-verbaal van de politie
Op 23 december 2024 werd door mij onderzoek ingesteld in de veiliggestelde data van de onderstaande gegevensdrager: iPhone 12 met beslagcode B.06.03.001.
In de veiliggestelde data van de gegevensdrager met beslagcode B.06.03.001 zag ik in
bestandslocatie 'DCIM/102APPLE' een bestand met de naam ‘ [afbeelding] ’
Ambtshalve kwam deze afbeelding mij voor als een schermafdruk van een iPhone. Ik zag boven in de schermafdruk het woord 'Telegram' staan. Ik zag een opengeslagen Nederlands paspoort. Ik zag dat de onderstaande informatie stond vermeld in het paspoort:
Naam: [achternaam]
Voornamen: [voornaam 1] [voornaam 2]
Documentnummer: [documentnummer]
Ik zocht op de combinatie van achternaam en geboortedatum in BRP en ik zag dat er geen resultaat naar voren kwam. Ik controleerde de metadata van dit bestand en ik zag de aanmaakdatum 13 maart 2024 met de tijd 13:29 uur. Ik zag een handtekening op dit paspoort staan.
54.
Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee
Onderzocht document:
Document: nationaal paspoort
Land: Nederland
Nummer: [documentnummer]
Naam: [achternaam]
Voornamen: [voornaam 1] [voornaam 2]
De tenaamgestelde van het onderzochte paspoort komt niet voor in de Basisregistratie Personen (BRP), derhalve kan er nooit een Nederlandse paspoort zijn afgegeven.
Uit onderzoek aan het onderzochte afgebeelde paspoort blijkt dat deze vals of vervalst is, dan wel een gemanipuleerde kopie betreft.
2.3.2.Bewijsmotivering feit 4 ((gewoonte)witwassen)
Standpunt verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Hiertoe is het volgende aangevoerd.
Van de cryptocurrency kan niet kan worden vastgesteld dat deze van misdrijf afkomstig zijn. A priori moet worden uitgegaan van een legitieme herkomst, tenzij er voldoende bewijs is voor het tegendeel. Voor zover een vermoeden van witwassen al gerechtvaardigd zou zijn, geldt dat de verdachte een verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft afgelegd over de legitieme herkomst van de geldbedragen en bitcoins. De verklaring omtrent het
tradenvoor derden is niet verder onderzocht.
Voorts ontbreekt de voor een bewezenverklaring vereiste (voorwaardelijk) opzet. Het feit dat de verdachte geen anonieme wallet heeft gebruikt is een sterke contra-indicatie voor de aanwezigheid van (voorwaardelijk) opzet.
Geen bewijs voor een gronddelict
De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen bewijs bevat voor een concreet gronddelict dat de criminele bron vormt voor de in de tenlastelegging opgenomen geldbedragen en andere vermogensbestanddelen.
Juridisch kader witwassen zonder gronddelict
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid, Wetboek van Strafrecht opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.
Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf, kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. Als de verdachte een dergelijke verklaring geeft en hiermee tegenwicht heeft gegeven aan het vermoeden van een criminele herkomst, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring.
Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo een verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen.
Vermoeden van criminele herkomst
Uit het dossier volgt dat de verdachte in de periode 2021 tot en met 2023 bij de Belastingdienst in totaal bijna € 55.000,- heeft opgegeven aan omzet van zijn onderneming. De rechtbank constateert dat dit niet in verhouding staat met de bij de verdachte aangetroffen vermogensbestanddelen ter waarde van in totaal een aantal honderdduizenden euro’s. Derhalve is er naar het oordeel van de rechtbank een gerechtvaardigd vermoeden van een criminele herkomst van de in de tenlastelegging vermelde voorwerpen.
a.
a) € 106.308,50 (ontvangen van [naam 3] )
De verdachte heeft ten aanzien van het ten laste gelegde geldbedrag dat hij van zijn moeder [naam 3] heeft ontvangen, verklaard dat dit schenkingen aan de verdachte betroffen. [naam 3] zou volgens de verdachte legaal spaargeld contant bewaren, onder andere afkomstig uit de overwaarde van een woning. De rechtbank constateert dat het totaalbedrag dat in de periode 1 januari 2021 tot en met 17 juli 2024 is overgemaakt naar de verdachte, min of meer het gehele inkomen van [naam 3] van de betreffende die periode betreft. Naar het oordeel van de rechtbank staat de hoogte van het totaalbedrag aan zogenaamde schenkingen niet in verhouding tot dat inkomen. Bovendien is deze stelling niet onderbouwd door bijvoorbeeld belastingaangiften waaruit blijkt dat die schenkingen zouden zijn gedaan. Dit is immers verplicht voor dergelijke aanzienlijke bedragen. Bovendien acht de rechtbank het onwaarschijnlijk dat iemand de overwaarde van een woning contant maakt en vervolgens stort op de bankrekening van de verdachte. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte hoogst onwaarschijnlijk en daarnaast zijn de geldstromen niet inzichtelijk gemaakt. De verdachte is er niet in geslaagd om het witwasvermoeden te ontzenuwen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het geldbedrag van in totaal € 106.308,50 uit enig misdrijf afkomstig is.
b), e) en f ) € 314.690,27 (ontvangen op cryptocurrency exchange Binance) bitcoins (adres [bitcoin-adres 1] ) en bitcoins (Ledger hardware wallet)
De verdachte heeft verklaard dat hij voor derden cryptocurrency heeft omgezet waar hij telkens ongeveer 5% à 8% aan zou overhouden. Hierbij is echter geen inzicht gegeven in zijn inleg in cryptocurrency waardoor het niet mogelijk is om in te schatten of het ten laste gelegde bedrag en de ten laste gelegde bitcoins als gevolg van een beleggingsstrategie aan winst behaald hadden kunnen worden. De verdachte heeft niet concreet verklaard en is er niet in geslaagd om het witwasvermoeden te ontzenuwen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het geldbedrag van in totaal € 314.690,27 uit enig misdrijf afkomstig is.
c) en d) € 22.973,75 (ontvangen van Goudonline.nl) en € 7.506,80 (ontvangen van Goudzaken B.V.)
De verdachte heeft verklaard dat hij eerder ingekocht goud tegen een hogere prijs heeft verkocht. Deze verklaring is echter te weinig concreet. Zo is niet aangegeven op welke momenten het goud is aangekocht en verkocht waardoor er geen schatting gemaakt kan worden of de ten laste gelegde bedragen aan winst behaald kan kunnen worden. De verdachte is er niet in geslaagd om het witwasvermoeden te ontzenuwen. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat de geldbedragen van € 22.973,75 en € 7.506,80 uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Conclusie
Gelet op wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft de verdachte onvoldoende tegenwicht gegeven jegens het vermoeden van een criminele herkomst (en behoefde het Openbaar Ministerie geen nader onderzoek te doen). De conclusie is op grond daarvan en op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen dat het niet anders kan zijn dan dat de bewezen verklaarde geldbedragen en overige vermogensbestanddelen onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn, dat het ook niet anders zijn kan dan dat de verdachte dit wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden en dat hij deze vermogensbestanddelen/goederen heeft voorhanden gehad.
Het verweer wordt verworpen.
Gelet op de periode en de intensiteit van de witwashandelingen heeft de verdachte van het witwassen een gewoonte gemaakt. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van gewoontewitwassen.
De rechtbank is het met de officier van justitie en de verdediging eens dat de verdachte van de gedachtestreepjes die zien op de luxegoederen (riem en twee jassen) dient te worden vrijgesproken.
2.3.5.Volledige bewezenverklaring
1.
hij in de periode 2 november 2023 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam, en/of te Zoetermeer, en/of te Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
meermalen,
met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van Strafrecht werd gepleegd,
een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was tot het plegen van een zodanig misdrijf, te weten
phishing sites
heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad;
2.
hij in de periode 2 november 2023 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of te Zoetermeer, en/of Harderwijk en/of te Zaltbommel, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
meermalen,
gegevens, te weten
- phishing sites,
- leadslijsten,
- phishing records en/of
- SMS gateways
heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verworven en voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hadden op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
3.
hij in de periode 3 maart 2021 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en te Zoetermeer en Harderwijk en te Zaltbommel, althans in Nederland,
heeft deelgenomen aan een organisatie,
bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
[medeverdachte 2] ,
[medeverdachte 1] en/of
[naam 5]
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;
4.
hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 3 december 2024 te Rotterdam en/of Zoetermeer en/of Harderwijk en/of Zaltbommel, althans in Nederland,
voorwerpen, te weten
- een geldbedrag van 106.308,50 euro (ontvangen van [naam 3] ),
- een geldbedrag van 314.690,27 euro (ontvangen op cryptocurrency exchange Binance),
- een geldbedrag van 22.973,75 euro (ontvangen van Goudonline.nl),
- een geldbedrag van 7.506,80 euro (ontvangen van Goudzaken B.V.),
- een of meer bitcoins (BTC) (adres [bitcoin-adres 1] );
- een of meer bitcoins (BTC) (Ledger hardware wallet);
voorhanden heeft gehad
terwijl verdachte wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen onmiddellijk of middellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf
en verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;
5.
hij in de periode van 16 april 2024 tot en met 17 april 2024 te Harderwijk,
meermalen,
opzettelijk en wederrechtelijk
is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk, te weten
- de account van [naam 2] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost
- de account van [benadeelde partij 2] en de server van [naam bedrijf] waarop dat account werd gehost
met behulp van valse signalen of een valse sleutel;
6.
hij op 3 december 2024 te Zaltbommel,
opzettelijk
een vals en/of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een digitale afbeelding van een Nederlands paspoort op naam van [naam 6]
voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was om gebruik van te maken als ware het echt en onvervalst;
7.
hij op 3 december 2024 te Zaltbommel,
een wapen van categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een taser, zijnde een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht,
voorhanden heeft gehad.