Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 30 januari 2025, met bijlagen 1 t/m 24;
- het antwoord, met bijlagen 1 t/m 3;
- de akte eiswijziging;
- het bericht van 8 oktober 2025 van mr. Oprel, met bijlage 25;
- de spreekaantekeningen van mr. Oprel;
- de spreekaantekeningen van mr. Dijksterhuis;
- de mail van de mr. Dijksterhuis van 28 oktober 2025.
- de heer A. [eisende partij] (via een digitale beeld- en geluidsverbinding);
- mr. Oprel;
- mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] van Toku-E;
- mr. Dijksterhuis;
- mevrouw L.S. Greveraars (tolk Engelse taal).
2.De beoordeling
rechtsgeldigis opgezegd door Toku-E, blijkt uit de inhoud van de dagvaarding genoegzaam dat het standpunt van [eisende partij] is dat de huurovereenkomst
niet rechtsgeldigis opgezegd door Toku-E. De kantonrechter houdt het ervoor dat sprake is van een kennelijke verschrijving in het petitum van de dagvaarding, die [eisende partij] later met een akte heeft gewijzigd, waarmee het petitum in overeenstemming met de inhoud van de dagvaarding is gebracht. Overigens is de datum 4 september 2024 een kennelijke verschrijving: [eisende partij] heeft bedoeld 10 september 2024. Ook dat is verduidelijkt in de akte eiswijziging. Toku-E is door de wijzigingen niet in haar belangen geschaad.