ECLI:NL:RBROT:2026:2607
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bedrijfsurenvergunning voor twee kerken wegens onredelijk KvK-vereiste
Eiseres had een aanvraag ingediend voor een bedrijfsurenvergunning voor vier afzonderlijke kerken, waarmee medewerkers en vrijwilligers goedkoper kunnen parkeren. De rechtbank oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat het college de aanvraag onjuist had beoordeeld, met name door het formeel vasthouden aan het vereiste dat wijkgemeenten ingeschreven moeten zijn in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK).
Het college heeft vervolgens een aanvullende motivering ingediend waarin het voor de vier kerken een inhoudelijke toets uitvoerde. Twee kerken beschikten over een parkeervoorziening en kwamen niet in aanmerking, terwijl voor de andere twee kerken werd vastgesteld dat zij aan de inhoudelijke voorwaarden voldeden, maar niet waren ingeschreven bij de KvK. Het college handhaafde het KvK-vereiste vanwege controle- en beleidsredenen.
De rechtbank oordeelt dat het college onredelijk formalistisch vasthoudt aan het KvK-vereiste, terwijl de inhoudelijke voorwaarden voor twee kerken zijn voldaan. Het college had op grond van zijn discretionaire bevoegdheid moeten afwijken van het KvK-vereiste. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit voor deze twee kerken en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarin de vergunning wordt verleend of de kerken op een wachtlijst worden geplaatst.
Voor de andere twee kerken blijft het besluit in stand omdat zij niet aan de inhoudelijke eisen voldoen. De rechtbank veroordeelt het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. Rop op 3 maart 2026.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt gedeeltelijk vernietigd en het college moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen over de bedrijfsurenvergunning voor twee kerken.