ECLI:NL:RBROT:2026:2483
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag jaren 2007, 2008 en 2012-2016 bevestigd
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarin compensatie voor de jaren 2007, 2008 en 2012 tot en met 2016 werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 16 januari 2026 behandeld en beoordeelt of de afwijzing terecht is.
De rechtbank overweegt dat de compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) alleen wordt toegekend bij institutionele vooringenomenheid of onbillijkheden van overwegende aard door de Dienst Toeslagen. Voor de jaren 2007, 2008 en 2012-2016 is vastgesteld dat er geen sprake is van vooringenomenheid of hardheid van het stelsel. De berekening van de kinderopvangtoeslag en de verrekeningen zijn volgens de rechtbank correct en zorgvuldig gemotiveerd.
Verder wijst de rechtbank de bezwaren van eiseres af over het ontbreken van informatie, de stopzetting van de toeslag en de vermeende onjuiste O/GS-kwalificatie. Wel wordt vastgesteld dat de proceskostenvergoeding in bezwaar onjuist is berekend, maar dit leidt niet tot nadeel voor eiseres. De rechtbank veroordeelt de Dienst Toeslagen tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten in hoger beroep.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van compensatie voor de genoemde jaren wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van compensatie voor de jaren 2007, 2008 en 2012-2016 bevestigd.