Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.[bedrijf] B.V.,
2.
[eiser],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 39;
- de pleitnota van eiseressen;
- de pleitnota van Rabobank.
3.De feiten
Artikel 2 – Zorgplicht
What have we noticed and your statemens
Why are we terminating the relationship with you?
4.Het geschil
€ 25.000,- per dag of dagdeel dat Rabobank in gebreke blijft met de correcte nakoming van de veroordelingen sub A, sub B, respectievelijk sub C;
5.De beoordeling
Rabobank stelt daartegenover dat transacties met betrekking tot goederen die (uiteindelijk) voor Rusland bestemd zijn sinds 2 januari 2024 niet meer toegestaan zijn, ongeacht of daarbij Russische partijen of betalingen van en naar Rusland betrokken zijn.
[bedrijf] stelt dat het beleid dat Rabobank kenbaar maakt op haar website conflicteert met de restricties die Rabobank oplegt aan [bedrijf], omdat het beleid op de website slechts spreekt over transacties met Rusland.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de algemene informatie van Rabobank op haar website geen afbreuk doet aan de aan [bedrijf] gerichte mededelingen. Rabobank heeft, gelet op de informatie in de e-mails en de daar bijgevoegde brief, in haar correspondentie met [bedrijf] voldoende duidelijk gemaakt dat haar beleid niet slechts gericht is op betalingen van en naar Rusland, maar ook indirecte transacties met Rusland omvat. Rabobank stelt vervolgens terecht dat als er enige onduidelijkheid zou zijn geweest bij [bedrijf] over de door haar gestelde discrepantie tussen de mededelingen aan [bedrijf] en de informatie van Rabobank op haar website, het op de weg van [bedrijf] had gelegen om dienaangaande vragen te stellen aan Rabobank. [bedrijf] heeft dit niet gedaan. Sterker nog; [bedrijf] heeft per e-mail van 19 juni 2024 aan Rabobank bevestigd dat zij zich zal houden aan het Aanvullend Sanctiebeleid van Rabobank (zie 3.8).
Daar komt bij dat Rabobank in een eerder stadium wel heeft benoemd dat het volgens haar Aanvullend Sanctiebeleid niet is toegestaan om een Russische UBO met meer dan 10% eigendom te hebben of meer dan 10% van de jaarlijkse omzet te behalen uit activiteiten met Russische partijen, maar dat deze omstandigheid geen grond is voor de beëindiging van de bankrelatie. Dat [eiser] woonachtig is in Rusland en de Russische nationaliteit heeft, zorgt er slechts voor dat de relatie van [bedrijf] met Rusland wordt verstrekt en die relatie daardoor dus wordt ingekleurd, maar de beëindiging is gelegen in de twee in de Opzegbrief benoemde gronden, aldus Rabobank.
Het is in deze situatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar dat Rabobank haar belangen heeft laten prevaleren.
6.De beslissing
11 maart 2026.
3608/1694