In deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam op 7 januari 2026, betreft het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een WIA-uitkering door het UWV. Eiser, werkzaam als fieldservice engineer, had zijn aanvraag ingediend na een ziekmelding op 22 februari 2022. Het UWV concludeerde dat hij ondanks zijn beperkingen in staat was meer dan 65% van zijn eerdere loon te verdienen, en wees de aanvraag af. Eiser voerde aan dat zijn medische situatie niet correct was beoordeeld en dat hij meer beperkingen had dan het UWV had vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het UWV de afwijzing terecht had gedaan, omdat eiser geen objectief medisch bewijs had ingebracht om de conclusies van de verzekeringsartsen te betwisten. De rechtbank bevestigde dat de geselecteerde functies voor eiser niet zijn belastbaarheid overschreden en dat hij niet volledig arbeidsongeschikt was. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.