ECLI:NL:RBROT:2026:2392
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing arbeidsverplichtingen bij bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet
Eiser, een bijstandsgerechtigde, verzocht om ontheffing van zijn arbeidsverplichtingen op grond van artikel 9 van Pro de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees het primaire verzoek af, maar verleende later een ontheffing voor de periode van twee jaar. Eiser stelde dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en daarom recht heeft op een permanente vrijstelling, onderbouwd met klachten zoals vermoeidheid, nachtmerries en psychische belemmeringen.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen begin van bewijs had geleverd voor volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, zoals vereist op grond van artikel 4 van Pro de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Eiser had geen medische stukken overgelegd die zijn standpunt ondersteunden, noch een verklaring van een behandelaar dat hij uitbehandeld was. Het college mocht zich baseren op het dossieronderzoek en het advies van de werkcoach, die concludeerde dat de kans op de arbeidsmarkt klein is, maar dat een ontheffing van maximaal twee jaar passend is.
De rechtbank vond het beleid van het college om ontheffingen voor maximaal twee jaar te verlenen niet onredelijk, omdat dit het college in staat stelt de situatie periodiek te evalueren. Eiser bracht geen concrete feiten aan die een langere ontheffing rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de ontheffing van arbeidsverplichtingen voor twee jaar wordt ongegrond verklaard.