Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De kern van de zaak
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
3.De feiten
4.Het geschil
- i) voor recht verklaart dat gedaagde, zulks op de gronden zoals hiervoor aangevoerd, jegens eiseres ernstig is tekortgeschoten, althans wanprestatie heeft gepleegd;
- ii) voor recht verklaart dat gedaagde voor de door eiseres geleden en nog te lijden schade en gemaakte kosten aansprakelijk is;
- iii) gedaagde veroordeelt om aan eiseres te betalen een bedrag ter vergoeding van de door haar geleden en nog te lijden schade, gemaakt en te maken kosten, gederfde en te derven rente en rendementen ten gevolge van de jegens haar gepleegde wanprestatie, althans tekortkoming, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat op de voet van artikel 612-615b Rv;
- iv) gedaagde veroordeelt in de kosten van deze procedure met bepaling dat deze kosten binnen veertien dagen na de datum van het eindvonnis moet worden voldaan, bij gebreke waarvan gedaagde van rechtswege in verzuim zal zijn
5.De beoordeling
uw cliënte is in gebreke” en “
cliënt heeft mij geïnstrueerd om uw cliënte in rechte te betrekken” volgt naar het oordeel van de rechtbank ondubbelzinnig dat [naam] het er niet bij zou laten zitten. Voor FTG was deze mededeling een voldoende duidelijke waarschuwing dat zij rekening moest houden met een procedure en dat zij dus ook haar eventuele verweermiddelen moest bewaren. [naam] heeft daarmee de verjaring tijdig binnen vijf jaar na de gestelde tekortkomingen gestuit. De dagvaarding is vervolgens binnen vijf jaar na dit stuitingsbericht uitgebracht. Dat betekent dat de vordering niet is verjaard.