Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De verdere procedure
- de beschikking van 10 juli 2024;
- de berichten met bijlagen van de man van 15 juni 2025, 8 september 2025, 11 januari 2026, 12 januari 2026 en 20 januari 2026;
- de berichten met bijlagen van de vrouw van 22 juli 2025, 4 september 2025 en 9 januari 2026.
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de vrouw, bijgestaan door mr. V de Roo (waarnemer voor mr. L.H.E.M. Berendse).
2.De verdere vaststaande feiten
- [minderjarige 4] , op [geboortedatum 4] 2024;
- [minderjarige 5] , op [geboortedatum 5] 2025.
3.De verdere beoordeling
volgt dat de rechter, ook indien is voldaan aan het klemcriterium, ruimte heeft om het gezamenlijk gezag toch in stand te laten. Deze uitleg strookt met het uitgangspunt dat bij beslissingen als hier aan de orde, zoveel mogelijk recht moet worden gedaan aan het belang van het kind. In een geval als dit, waarin de met het gezag belaste ouder de andere ouder op geen enkele wijze een opening biedt om betrokken te zijn bij het leven van het kind, is het toewijzen van gezamenlijk gezag een van de instrumenten die de rechter moet kunnen benutten om het recht op family life tussen het kind en de andere ouder toch te verwezenlijken. Hoewel gezamenlijk gezag het risico in zich bergt dat het kind klem komt te zitten tussen de twee ouders, leidt eenhoofdig gezag ertoe dat de andere ouder geheel uit het leven van het kind wordt geweerd. De rechter moet dan de ruimte hebben om, uitgaande van de situatie ten tijde van zijn beslissing, in te schatten welke van de twee kwaden het belang van het kind vermoedelijk het minst zal schaden.’
€ 159