De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek behandeld op 16 januari 2026 en beoordeeld aan de hand van de criteria dat de schuldenaar zich in een problematische schuldensituatie moet bevinden, te goeder trouw moet zijn geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden, en de verwachting moet bestaan dat hij aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
De rechtbank stelt vast dat de heer verzoeker aan deze eisen voldoet en daarom wordt toegelaten tot de Wsnp. De rechtbank is bevoegd om deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen omdat het centrum van voornaamste belangen van de heer verzoeker in Nederland ligt. De looptijd van de regeling wordt vastgesteld op achttien maanden.
De ingangsdatum van de regeling wordt niet gesteld op de datum van het nulaanbod (11 april 2025), omdat pas vanaf 23 oktober 2025 aantoonbaar en controleerbaar is voldaan aan de inspanningsverplichting, met name door het overleggen van voldoende sollicitaties. Tijdens de Wsnp moet de heer verzoeker voldoen aan diverse verplichtingen, waaronder informatieverstrekking, inspanningsplicht, geen nieuwe schulden maken, schuldeisers niet benadelen en afdracht van inkomen boven het vrij te laten bedrag.
Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen en de boedel beheert. Tevens wordt een rechter-commissaris benoemd die toezicht houdt op de bewindvoerder. De regeling eindigt met een schone lei indien aan alle verplichtingen is voldaan. De rechtbank bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op zijn vergoeding mag nemen, mits de boedel toereikend is.