ECLI:NL:RBROT:2026:216

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 4610
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten van witgoed door de rechtbank Rotterdam

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor de kosten van witgoed, namelijk een fornuis en een wasmachine. Eiseres is het niet eens met de afwijzing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft de zaak op 5 december 2025 behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigden aanwezig waren. De rechtbank oordeelt dat het college de aanvraag terecht heeft afgewezen. Eiseres had kunnen reserveren voor de kosten van het witgoed en er zijn geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de bijstand wordt verleend. De rechtbank legt uit dat de kosten voor een fornuis en wasmachine tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan behoren en dat bijstandsverlening alleen mogelijk is als er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat de kosten niet uit het inkomen kunnen worden voldaan. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij niet in staat was om te reserveren voor deze kosten. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand in stand blijft. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/4610

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 januari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. J. Berkouwer),
en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. D. Gogar).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor de kosten van witgoed (fornuis en wasmachine). Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 12 februari 2025 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand voor witgoed (fornuis en wasmachine) afgewezen.
2.1.
Met het besluit van 7 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 5 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van het college en zijn collega mr. A. Hielkema.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft op 26 november 2024 een aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) ingediend. Zij heeft deze aanvraag gedaan voor de aankoop van een fornuis (€ 450,-) en een wasmachine (€ 450,-).
3.1.
Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de kosten van een fornuis en een wasmachine worden gerekend tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in beginsel moet worden bestreden vanuit het inkomen. Eiseres had voor deze kosten kunnen reserveren. Bijstandsverlening is daarom alleen mogelijk als de kosten noodzakelijk zijn als gevolg van bijzondere omstandigheden en betrokkene niet over de middelen beschikt om de kosten te betalen. Van bijzondere omstandigheden is volgens het college geen sprake.
Het standpunt van eiseres
4. Eiseres betoogt dat, sinds zij een klacht tegen een medewerker van het college heeft ingediend, alle aanvragen voor bijstand worden afgewezen. Bovendien is haar gezegd dat zij bijzondere bijstand kon krijgen. Zij heeft van het college een brief gekregen om naar de winkel te gaan om een fornuis en een wasmachine uit te zoeken en binnen een bepaalde termijn moest zij de factuur opsturen. Hiermee heeft het college erkend dat eiseres recht heeft op een fornuis en een wasmachine, aldus eiseres. Eiseres betoogt verder dat de levensduur van een fornuis en een wasmachine ongeveer vijf jaar is in tegenstelling tot de door het college genoemde levensduur van 15 jaar voor een fornuis en 10 jaar voor een wasmachine. Eiseres stelt al jaren met schulden te leven en financieel niet rond te kunnen komen. Hierdoor heeft eiseres niet kunnen sparen voor het witgoed.
Juridisch kader
5. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Pw, voor zover hier van belang, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.
6. De kosten voor een fornuis en een wasmachine zijn incidentele algemeen noodzakelijke kosten. Deze kosten moeten in principe uit het inkomen op bijstandsniveau worden voldaan. Het inkomen op bijstandsniveau wordt geacht daarvoor toereikend te zijn. De kosten moeten door middel van reservering (sparen) of door gespreide betaling achteraf kunnen worden voldaan. Bijzondere bijstand wordt alleen verleend als die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. [1]
Het oordeel van de rechtbank
7. Het betoog van eiseres dat haar aanvraag is afgewezen omdat zij een klacht tegen een medewerker van het college heeft ingediend, slaagt niet. Het college heeft toegelicht dat de klacht was gericht tegen een gastvrouw die werkzaam is bij het college en dat de werknemers van het college die klachten beoordelen niet zijn betrokken bij de besluitvorming met betrekking tot het al dan niet toekennen van bijzondere bijstand. Niet is gebleken dat de ingediende klacht invloed heeft gehad op uitkomst van de aanvraag van eiseres en dat sprake is geweest van vooringenomen handelen.
8. Het betoog van eiseres dat het college bij haar het vertrouwen heeft gewekt dat zij de gevraagde bijzondere bijstand zou ontvangen en dus in strijd heeft gehandeld met het vertrouwensbeginsel, slaagt ook niet. Het college heeft eiseres met de brief van 12 december 2024 verzocht om een verklaring waarom zij niet heeft kunnen reserveren voor de gevraagde kosten en verzocht om twee pro forma nota’s voor een fornuis en een wasmachine. In deze brief staat dat er meer informatie nodig is om de aanvraag te kunnen behandelen. Ook staat er dat eiseres normaal gesproken binnen 8 weken een besluit krijgt inzake de aanvraag (maar dat het langer duurt, omdat er informatie bij eiseres is opgevraagd). Hieruit blijkt en moet voor eiseres duidelijk zijn geweest dat er nog geen besluit tot toekenning van de aanvraag was genomen. Ook uit de door het college overgelegde telefoonnotities blijkt geen toezegging.
9. Eiseres heeft in haar aanvraag aangegeven dat het fornuis iets langer dan 15 jaar geleden is gekocht, niet meer goed werkt en dat de deur van het fornuis niet meer goed dicht gaat. Daarnaast heeft eiseres aangegeven dat de wasmachine ook al jaren oud is en niet meer goed werkt. De wasmachine wast de kleren niet meer goed. De rechtbank is van oordeel dat de kosten voor het kopen van een nieuw fornuis en een nieuwe wasmachine voorzienbaar waren en dat eiseres voor deze kosten had moeten reserveren. Eiseres had kunnen weten dat het fornuis en de wasmachine op een gegeven moment moeten worden vervangen.
10. Het betoog van eiseres dat zij niet heeft kunnen reserveren, slaagt evenmin. Het uitgangspunt in de rechtspraak is dat het ontbreken van reserveringsruimte in verband met schulden geen reden is om te spreken van een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw. Onder bepaalde omstandigheden kan het ontbreken van reserveringsruimte in verband met schulden wel een bijzondere omstandigheid zijn. De aanvrager moet in dat geval aannemelijk maken dat hij als gevolg van afbetaling van schulden niet kon reserveren voor de kosten waarvoor hij bijzondere bijstand heeft gevraagd. Als dat aannemelijk is, ligt het op de weg van het college om te onderzoeken en te beoordelen of dat een bijzondere omstandigheid oplevert. De aard en het ontstaan van de schulden kunnen een rol spelen. [2]
11. De rechtbank is van oordeel dat in het geval van eiseres geen sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat tot bijstandsverlening zou moeten worden overgegaan. Eiseres heeft verklaard dat zij het fornuis al 15 jaar geleden en de wasmachine ‘al jaren’ geleden heeft aangeschaft. In bezwaar en ook met de in beroep overgelegde aanvullende stukken heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij in de jaren die volgden op de aankoop niet genoeg heeft kunnen sparen om de kosten voor de wasmachine en het fornuis te betalen. De door eiseres verschafte informatie over aflossingsverplichtingen die zij moest nakomen, leiden niet tot de conclusie dat het eiseres aan voldoende reserveringsruimte ontbrak, gelet op de lange periode waarin zij had kunnen reserveren. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij zodanig in haar financiën beperkt was dat zij niet heeft kunnen reserveren. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw is niet gebleken.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand blijft in stand. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.V. van Baaren, rechter, in aanwezigheid van
R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 21 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3237.
2.Zie de uitspraak van de Raad van 21 november 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2263.