ECLI:NL:RBROT:2026:2008
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening traplift wegens inadequaat verhuisd
Verzoekster, met aangeboren beperkingen aan voeten en heupen, vroeg op grond van de Wmo 2015 om een traplift. Het college wees dit af omdat zij inadequaat was verhuisd naar een woning met een trap in plaats van een gelijkvloerse woning die beter bij haar beperkingen paste. Verzoekster betwistte dit en vroeg een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter nam het spoedeisend belang aan vanwege de beperkingen van verzoekster, maar oordeelde dat zij bewust koos voor een woning met trap zonder vooraf overleg met het college. Zij had voldoende tijd gehad om alternatieven te onderzoeken en toestemming te vragen. Het college had het recht de traplift te weigeren omdat verzoekster niet naar een geschikte woning was verhuisd.
De rechter wees het verzoek af en benadrukte dat verzoekster contact kan zoeken met de woningcorporatie voor een geschiktere woning of zelf een traplift kan bekostigen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een traplift wordt afgewezen wegens inadequaat verhuisd zijn naar een woning met trap.