Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op haar bezwaar tegen een besluit van 6 december 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken voor werknemersberoepen, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen 30 weken na ontvangst van het beroep op 9 december 2025 een beslissing moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet het UWV het betaalde griffierecht van €53 vergoeden en de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €467. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op alsnog binnen de gestelde termijn te beslissen.