Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het UWV op zijn bezwaar. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat na ingebrekestelling meer dan twee weken zijn verstreken zonder dat het UWV alsnog heeft beslist.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een bijzondere beslistermijn zoals vastgesteld in eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen 30 weken na ontvangst van het beroep, uiterlijk 15 juni 2026, alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De zaak wordt als licht van gewicht beoordeeld omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn.