Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op zijn bezwaar. De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV correct in gebreke heeft gesteld.
Vanwege een structureel tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV geldt een aangepaste beslistermijn van 30 weken voor werknemersberoepen, waarbinnen het UWV alsnog een besluit moet nemen. De rechtbank legt deze termijn vast vanaf de ontvangst van het beroep op 17 november 2025, met een uiterste datum van 15 juni 2026.
De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van € 100,- per dag verbeurt bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De zaak wordt als licht van gewicht beoordeeld omdat het enkel gaat om de overschrijding van de beslistermijn.