Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 14 maart 2025, met bijlagen 1 tot en met 12;
- het antwoord, met bijlagen 1 tot en met 8;
- het verwijzingsvonnis van 22 juli 2025 van de kantonrechter van rechtbank Den Haag.
2.De beoordeling
Als u af en toe of met enige regelmaat moet werken onder bezwarende omstandigheden heeft u recht op de toelage voor bezwarende omstandigheden”.Ook beroept hij zich op de derde zin van paragraaf 7.3, waarin staat:
“Als uw functie niet op de functielijst voorkomt maar u incidenteel wel onder bezwarende omstandigheden werkt, kan uw werkgever u daarvoor een vergoeding geven.”
recht heeftop de toelage bezwarende omstandigheden. Daartegenover staat dat uit de tweede alinea lijkt te volgen dat, als de functie
nietstaat op een functielijst die de werkgever jaarlijks met de vakbonden afspreekt, er geen recht bestaat op de toelage. Vervolgens staat in de derde alinea dat als de functie
nietop de functielijst voorkomt, maar de werknemer wel
incidenteelonder bezwarende omstandigheden werkt, de werkgever daarvoor een vergoeding
kangeven (onderstrepingen kantonrechter). Uit deze passages lijkt te volgen dat de bedoeling van de cao is dat werknemers die hun werk – meer dan incidenteel – onder bezwarende omstandigheden uitvoeren, wel recht hebben op de toelage en de werkgever over deze functies dan afspraken maakt met de vakbonden. Is er sprake van slechts incidenteel werken onder bezwarende omstandigheden, dan heeft de werkgever een discretionaire bevoegdheid, gelet op de
kanbepaling, om wel of geen vergoeding te geven voor het werken onder bezwarende omstandigheden. Maar deze discretionaire bevoegdheid geldt dus niet voor werknemers die meer dan incidenteel werken onder bezwarende omstandigheden, zoals voor werknemer geldt.
3.De beslissing
- verklaart voor recht dat werknemer als medewerker LBB binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) recht heeft op een vergoeding voor bezwarende werkomstandigheden als bedoeld in artikel 7.3 cao Rijk;
- veroordeelt werkgever om de functie van medewerker LBB, met het takenpakket van werknemer binnen de Dienst Justitiële Inrichtingen, binnen een periode van vier maanden gerekend vanaf datum vonnis, op een functielijst te plaatsen, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag voor elke dag dat werkgever hiermee in gebreke blijft;
- veroordeelt werkgever in de proceskosten, die aan de kant van werknemer worden begroot op € 1.246,04;
- wijst al het andere af.