De zaak betreft een geschil tussen verhuurders en huurders over een huurachterstand en de redelijkheid van de huurprijs. De huurders betwisten de gevorderde huurachterstand omdat zij menen dat de oorspronkelijke huurprijs onredelijk hoog was volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS). De verhuurders vorderen betaling van de huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de huurders de huurachterstand van € 15.274,72 moeten betalen en wijst hun vordering tot huurprijsverlaging af, omdat zij niet tijdig gebruik hebben gemaakt van de wettelijke mogelijkheden om de huurprijs te laten toetsen. Tevens vernietigt de kantonrechter het opslagbeding in de huurovereenkomst als oneerlijk, maar dit heeft geen effect op de gevorderde huurachterstand omdat de verhuurders hebben afgezien van de huurverhogingen op basis van dat beding.
De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens de ernstige huurachterstand, ondanks dat er minderjarige kinderen in de woning wonen. De kantonrechter weegt de belangen van de kinderen mee en geeft een ruimere ontruimingstermijn van twee maanden. Tot de ontruiming moeten de huurders een gebruiksvergoeding betalen. Daarnaast worden incassokosten, rente en proceskosten aan de huurders opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.