De veroordeelde is eerder veroordeeld tot gevangenisstraffen die aaneengesloten zijn uitgevoerd. Op 28 oktober 2024 is hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld met een proeftijd van 451 dagen die afloopt op 22 januari 2026. Tijdens de proeftijd is een hardnekkige verslaving gebleken, ondanks klinische opname en ambulante behandeling.
De officier van justitie heeft op 20 januari 2026 een vordering ingediend tot verlenging van de proeftijd met 12 maanden, ondersteund door een rapport van GGZ Reclassering Fivoor. De reclassering adviseert verlenging vanwege terugval in middelengebruik, het missen van afspraken en slechte bereikbaarheid, maar ziet ook mogelijkheden voor verdere behandeling en begeleiding.
Op de terechtzitting zijn de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman gehoord, evenals een reclasseringswerker. De rechtbank acht de verlenging noodzakelijk en proportioneel om de positieve ontwikkelingen te continueren en stabiliteit op meerdere leefgebieden te waarborgen.
De rechtbank wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met 365 dagen, zodat de veroordeelde kan blijven deelnemen aan ambulante behandeling en beschermd wonen, met aanvullende bijzondere voorwaarden binnen de voorwaardelijke invrijheidstelling.