Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de beschikking van 17 april 2025 en de daarin opgenomen stukken;
- het verslag van de bijzondere curatoren van 25 augustus 2025;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 24 november 2025;
- het aanvullend zelfstandige verzoek met bijlagen van de man van 24 november 2025;
- het aanvullend verslag van de bijzondere curatoren van 1 december 2025.
- de vrouw;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de bijzondere curatoren;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 3] .
2.De vaststaande feiten
2.Kinderalimentatie
3.Zorgregeling
3.De beoordeling
.Zij vindt de situatie – kort gezegd – op dit moment onvoldoende bestendig voor een definitieve beslissing over de verblijfplaats van [minderjarige 2] . In haar optiek moet eerst contactherstel tussen haar en [minderjarige 2] plaatsvinden onder begeleiding van professionele hulpverlening.
4.De beslissing
- er zal, al dan niet onder begeleiding van professionele hulpverlening, worden toegewerkt naar contactherstel met de vrouw;
- vervolgens zal worden toegewerkt naar de zorgregeling zoals die is opgenomen in de beschikking van 21 december 2021, met dien verstande dat deze ziet op het omgangscontact tussen [minderjarige 2] en de ouder bij wie hij niet (feitelijk) zijn hoofdverblijf heeft;
mr. S.A. van Egmond, (kinder)rechter en mr. C.C.B. Boshouwers, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. M. Ligthart, griffier, op 23 januari 2026.