Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juli 2025, met bijlagen;
- de brief van Woonstad van 22 december 2025, met bijlagen;
- het proces-verbaal van de zitting op 9 januari 2026.
Rechtbank Rotterdam
Woonstad Rotterdam vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning aan de onderhuurders, omdat onderverhuur zonder toestemming plaatsvond. De hoofdhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd, waardoor de onderhuurovereenkomst voortgezet werd door Woonstad. Woonstad stelt dat voortzetting onredelijk is vanwege het woningtoewijzingsbeleid en de schaarste aan sociale woningen.
De onderhuurders verschenen niet in de procedure, waardoor verstekvonnis wordt gewezen. De kantonrechter weegt de belangen van de minderjarige kinderen mee, zoals vereist door het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind en recente jurisprudentie van de Hoge Raad. Ondanks de belangenafweging oordeelt de rechter dat de ontruiming gerechtvaardigd is, mede omdat de onderhuurders geen verweer voerden en geen bijzondere omstandigheden bekend zijn.
De ontruimingstermijn wordt verlengd tot een maand vanwege de aanwezigheid van minderjarige kinderen. Proceskosten worden niet toegewezen omdat partijen hierover een regeling troffen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat Woonstad de ontruiming kan afdwingen.
Uitkomst: De voortgezette huurovereenkomst eindigt en de onderhuurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen een maand, ondanks de belangen van minderjarige kinderen.