Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:9187

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
25 juli 2025
Zaaknummer
FT RK 25-648
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848FaillissementswetBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling met eerdere ingangsdatum

Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank heeft dit verzoek behandeld en beoordeeld of aan de voorwaarden voor toelating is voldaan, waaronder de eis dat verzoekster te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden en dat zij zal voldoen aan de verplichtingen van de WSNP.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster aan alle toelatingseisen voldoet en wijst het verzoek tot toelating toe. Tevens is er een verzoek gedaan om de ingangsdatum van de WSNP eerder te laten ingaan dan de datum van het vonnis. De rechtbank beoordeelt dat verzoekster gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject aan de inspanningsverplichting heeft voldaan door fulltime te werken, ondanks dat beslag op haar inkomsten is gelegd door schuldeisers.

De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en oordeelt dat het beslag niet aan verzoekster kan worden toegerekend, waardoor dit geen belemmering vormt voor het vaststellen van een eerdere ingangsdatum. De ingangsdatum wordt daarom vastgesteld op 8 januari 2025, de dag waarop de schuldhulpverleningsovereenkomst is ondertekend. De rechtbank benoemt een bewindvoerder en een rechter-commissaris en legt de voorwaarden van de regeling vast.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de WSNP met een ingangsdatum van 8 januari 2025.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
[insolventienummer]
vonnis van:
16 juli 2025
op het verzoek van:
[verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [plaats] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt [verzoekster] om de ingangsdatum van de WSNP op een eerder moment vast te stellen. Dit verzoek wordt (gedeeltelijk) toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 30 juni 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- [verzoekster] , verzoekster,
- de heer [persoon A] , schuldhulpverlener bij [schulpdhulpverlening] ,
- mevrouw C.M. Doornweerd, beschermingsbewindvoerder bij RA Bewindvoering Nederland B.V..
1.3.
Op 4 juli 2025 heeft de schuldhulpverlener aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.

2.De beoordeling van het verzoek

De toelating

2.1.
[verzoekster] kan worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
Verplichtingen
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.4.
Als [verzoekster] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen.
Postblokkade
2.5.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan [verzoekster] .
Bevoegdheid rechtbank
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van [verzoekster] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.7.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de termijn eerder te laten ingaan.
2.8.
[verzoekster] verzoekt de termijn eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
De rechtbank stelt vast dat het schuldhulpverleningstraject is gestart op 8 januari 2025. [verzoekster] heeft gedurende dit traject aan de inspanningsverplichting voldaan, omdat zij fulltime heeft gewerkt. Er is niet voldaan aan de verplichting om te sparen voor de gezamenlijke schuldeisers omdat door een aantal schuldeisers beslag is gelegd op de inkomsten van [verzoekster] . Daardoor is gedurende het schuldhulpverleningstraject een deel van de inkomsten alleen betaald aan deze schuldeisers. De rechtbank is echter van oordeel dat die omstandigheid niet aan [verzoekster] is toe te rekenen. De rechtbank verwijst daarbij naar het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1913), rechtsoverweging 3.11.3. Het feit dat er sprake is geweest van beslag in die periode staat daarom niet in de weg aan het bepalen van een eerdere ingangsdatum.
2.11.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 8 januari 2025, zijnde de dag waarop de schuldhulpverleningsovereenkomst is ondertekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] -1975 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende te [adres] , [postcode] [plaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Franken
en tot bewindvoerder B. van Huessen,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 8 januari 2025 en de einddatum op 8 juli 2026;
- draagt de bewindvoerder op de post van [verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1/13e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M.C. Franken, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025. [1]