ECLI:NL:RBROT:2025:9181
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tegemoetkoming planschade wegens uit te werken bestemming
Eiseres diende een aanvraag in voor tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van haar percelen na inwerkingtreding van het derde bestemmingsplan. Het college wees deze aanvraag af op basis van een deskundigenadvies dat stelde dat eiseres niet in een nadeligere positie was gekomen. De bezwaarschriftencommissie adviseerde het college het bezwaar ongegrond te verklaren.
De rechtbank oordeelt dat bij een uit te werken bestemming in beginsel een afwijking geldt van de hoofdregel van planvergelijking, waarbij de uit te werken bestemming buiten beschouwing blijft totdat een uitwerkingsplan is vastgesteld. In deze zaak is geen uitwerkingsplan vastgesteld; het derde bestemmingsplan verving de uit te werken bestemming door een agrarische bestemming.
Eiseres stelde dat het tweede bestemmingsplan met uit te werken bestemming wel betrokken moest worden in de vergelijking, omdat het perceel toen meer gebruiksmogelijkheden kende. De rechtbank volgt dit niet, omdat eiseres het eigendom verkreeg toen het eerste bestemmingsplan van kracht was en de theoretische gebruiksmogelijkheden onder de uit te werken bestemming niet tot een tegemoetkoming leiden.
De rechtbank ziet geen essentiële gebreken in het deskundigenadvies en bevestigt dat de planologische vergelijking juist is gemaakt tussen het eerste en derde bestemmingsplan. De beroepsgrond faalt, het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor tegemoetkoming in planschade wordt ongegrond verklaard.