Op 22 juli 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking gegeven in een zaak betreffende het verzoek tot het instellen van een beperkt bewind over de erfenis van een 18-jarige jongere. De jongere, die op 18 juli 2025 18 jaar is geworden, heeft een bedrag van € 205.395,13 geërfd uit de nalatenschap van haar overleden vader. Dit bedrag stond op een BEM-rekening. Verzoekster, de moeder van de jongere, heeft het verzoek ingediend omdat zij vreest dat haar dochter onverstandige uitgaven zal doen met het geld, gezien haar jonge leeftijd en eerdere gedragingen. Tijdens de mondelinge behandeling op 14 juli 2025 hebben zowel verzoekster als de beoogd bewindvoerder, die ook een halfzus van de jongere is, hun zorgen geuit over de financiële verantwoordelijkheid van de jongere. De jongere zelf heeft aangegeven dat zij het moeilijk vindt om zo lang onder bewind te staan, maar begrijpt de zorgen van haar moeder. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de jongere, gezien haar lichamelijke en geestelijke toestand, niet in staat is om zelfstandig haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom is het verzoek tot het instellen van een beperkt bewind toegewezen voor een periode van 8 jaar, tot de jongere 25 jaar is. De kantonrechter heeft tevens de voorgestelde bewindvoerder benoemd.