Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een bewonersparkeervergunning voor een adres in Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders heeft deze aanvraag afgewezen omdat het gebouw gekoppeld is aan een vrijstelling van de parkeereis, waardoor bewoners geen recht hebben op een parkeervergunning voor parkeren op straat. Het bezwaar van eiseres tegen deze afwijzing is eveneens ongegrond verklaard.
Eiseres voerde aan dat vanwege haar medische situatie en afhankelijkheid van de auto een parkeervergunning noodzakelijk is en dat zij door de hoge huurkosten voor een parkeerplaats in een schrijnende situatie verkeert. De rechtbank oordeelt dat het college terecht geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule, mede omdat er voldoende alternatieven zijn zoals betaald parkeren op straat, een parkeergarage, of bezoekersvergunningen.
Daarnaast is gebleken dat eiseres niet de kentekenhouder is van de auto, wat ook een reden is voor afwijzing. De rechtbank concludeert dat het college niet willekeurig heeft gehandeld en dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 25 juli 2025 en is openbaar. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.