ECLI:NL:RBROT:2025:8647
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag levenlanglerenkrediet na bereiken maximale duur ondanks coronavertraging
Eiseres, studente aan de Open Universiteit, had vanaf 10 juli 2019 levenlanglerenkrediet ontvangen voor haar opleiding Psychologie. Na het bereiken van de maximale duur van vijf jaar voor het krediet, diende zij op 15 augustus 2024 een nieuwe aanvraag in die door de minister werd afgewezen.
Eiseres voerde aan dat zij studievertraging had opgelopen door coronamaatregelen, waardoor zij geen tentamens kon afleggen en geen cursussen kon volgen. Zij stelde dat er voorzieningen voor studiefinanciering en studentreisproducten waren getroffen vanwege corona en dat een vergelijkbare voorziening voor het levenlanglerenkrediet zou moeten gelden.
De minister gaf aan dat er geen voorzieningen voor het levenlanglerenkrediet zijn getroffen in verband met corona. De rechtbank overwoog dat de wet studiefinanciering 2000 een maximale duur van vijf jaar voor het levenlanglerenkrediet voorschrijft en dat de rechter niet mag toetsen aan algemene rechtsbeginselen tenzij bijzondere omstandigheden zijn die niet door de wetgever zijn verdisconteerd.
De rechtbank stelde vast dat dergelijke bijzondere omstandigheden niet waren gesteld of gebleken en dat de vertraging door corona geen reden is om de maximale duur te verlengen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de aanvraag af. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor levenlanglerenkrediet wegens het bereiken van de maximale duur.