De zaak betreft het verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling (OTS) en de machtiging tot uithuisplaatsing (MUHP) van een minderjarige die sinds haar geboorte in een pleeggezin verblijft. De moeder, die het ouderlijk gezag behoudt, stemt in met de verlenging vanwege haar gezondheidsproblemen en ongeschikte woonsituatie.
Hoewel het verplichte toetsingsbesluit van de Raad voor de Kinderbescherming ontbreekt bij het verlengingsverzoek, oordeelt de kinderrechter dat dit niet tot afwijzing leidt. De kinderrechter baseert zich op eerdere onderzoeken en de instemming van de moeder. De minderjarige ontwikkelt zich goed in het pleeggezin en terugplaatsing bij de moeder is momenteel niet mogelijk.
De kinderrechter benadrukt het belang van het contact tussen de minderjarige en haar moeder, alsook met haar broer en zus, en beveelt aan hier in de komende periode extra aandacht aan te besteden. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing worden verlengd tot 10 mei 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.