Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:6019

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 mei 2025
Publicatiedatum
20 mei 2025
Zaaknummer
C/10/699111 / FA RK 25-3506
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtiging voortzetting crisismaatregel wegens ontbreken direct verband stoornis en nadeel

De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die vanwege vermoedens van een psychotische stoornis haar minderjarige dochter weghield van school. Tijdens de mondelinge behandeling op 9 mei 2025 verschenen betrokkene, haar advocaat, een psychiater en de oudste dochter van betrokkene.

De psychiater bevestigde het vermoeden van psychotische belevingen, maar stelde dat er geen direct nadeel uit voortkwam en dat betrokkene thuis goed functioneerde. Betrokkene en haar dochter gaven aan dat het schoolverzuim voortkomt uit een familierechtelijk conflict met de ex-man, die weigert medewerking te verlenen aan een schoolwissel. Hierdoor houdt betrokkene haar dochter thuis en verzorgt thuisonderwijs.

De rechtbank volgde de medische verklaring en concludeerde dat het nadeel niet rechtstreeks uit de stoornis voortkomt, maar uit het gezagsconflict. Omdat niet aan de wettelijke vereisten voor voortzetting van de crisismaatregel was voldaan, wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens ontbreken van een direct verband tussen de stoornis en het nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/699111 / FA RK 25-3506
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 9 mei 2025 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1973, [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
op dit moment verblijvende in [naam kliniek] te [plaatsnaam] ,
advocaat mr. S.E.M. Hooijman te Rotterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 7 mei 2025, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 6 mei 2025 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 6 mei 2025;
  • de medische verklaring opgesteld door [naam 1] , psychiater, van 6 mei 2025;
  • het historisch overzicht, waarop geen eerder afgegeven machtigingen staan vermeld;
  • de relevante politiegegevens van betrokkene;
  • het bericht dat er geen relevante strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 9 mei 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;
  • [naam 2] , psychiater, verbonden aan Antes;
  • de oudste dochter van betrokkene.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2.Beoordeling

2.1.
Betrokkene is in beeld gekomen omdat zij haar minderjarige dochter al langere tijd weghoudt van school en hulpverlening afhoudt. Het vermoeden is dat dit gedrag voortkomt uit de psychotische overtuigingen van betrokkene. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de psychiater dat er voor de huidige opname ook al psychotische belevingen zijn waargenomen bij betrokkene, maar dat er op dat moment geen nadeel uit voort leek te komen. Betrokkene functioneert thuis goed, ondanks het vermoeden op een psychische stoornis. De huidige crisisopname hebben geleid tot een uithuisplaatsing van de dochter bij oma vaderszijde.
2.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene, aangevuld door haar oudste dochter, die ook bij betrokkene in huis woont, haar kant van het verhaal verteld. Daar is uit naar voren gekomen dat het niet langer naar school gaan van haar minderjarige dochter voortkomt uit een familierechtelijk geschil. Nadat de dochter van betrokkene heeft aangegeven zich niet prettig te voelen op haar huidige school, heeft betrokkene geprobeerd een nieuwe school te vinden. Dit wordt bevestigd door de oudste dochter. Dit is echter niet gelukt, omdat hiervoor toestemming van haar ex-man is vereist. Hij weigert echter medewerking te verlenen. Na verstrijken van enige tijd en meerdere conflicten heeft betrokkene uiteindelijk besloten haar dochter thuis te houden en haar thuis via Scula te onderwijzen.
2.3.
De rechtbank overweegt als volgt. Wat betreft het vermoeden op een psychotische stoornis volgt de rechtbank de medische verklaring. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring over de psychotische kenmerken die zijn waargenomen, ook in het verleden al. Het staat echter onvoldoende vast dat het nadeel – het weghouden van de minderjarige dochter van school – voorkomt uit deze stoornis. Verder functioneert betrokkene goed. Gebleken is dat het nadeel te maken heeft met het conflict dat betrokkene heeft met haar ex-man over het gezag over de minderjarige.
.
2.4.
Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de vereisten zoals de wet deze stelt. De rechtbank zal het verzoek om een voortzetting crisismaatregel afwijzen.

3.Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 9 mei 2025 mondeling gegeven door mr. L. Berghuis-Knijff, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Z.P. van der Knaap, griffier, en op 20 mei 2025 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.