In deze zaak stond de benadeling van de huwelijksgemeenschap centraal binnen een echtscheidingsprocedure. De rechtbank moest beoordelen wat de waarde was van een onroerend goed in Kroatië, dat relevant was voor de vaststelling van de schade. De vrouw stelde dat het pand €800.000 waard was, terwijl het taxatierapport van een door partijen benoemde Kroatische makelaar een waarde van €315.000 vermeldde.
De rechtbank heeft het taxatierapport, ondanks bezwaren van de vrouw over de onafhankelijkheid en inhoud, als betrouwbaar beoordeeld. De vrouw kon haar stellingen over corruptie en beïnvloeding niet voldoende onderbouwen. De rechtbank volgde de waardering van €315.000 en stelde de schade aan de huwelijksgemeenschap op dat bedrag vast. De man werd veroordeeld tot betaling van de helft van dit bedrag aan de vrouw.
Daarnaast werd de man veroordeeld tot betaling van de kosten van de tweede taxatie (€875) en de proceskosten (€2.456), omdat hij de benadeling had veroorzaakt en de procedure had verlengd. De rechtbank wees het primaire verzoek van de vrouw af en honoreerde het subsidiaire verzoek. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.