Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaatsnaam], eiser
het CAK
Inleiding
mr. S.J.Y Römer.
Rechtbank Rotterdam
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling door het CAK van een hoge eigen bijdrage van € 568,58 per maand voor zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), ingaande 4 februari 2024. Het CAK baseerde deze bijdrage op de inkomensgegevens van 2022 en de wettelijke verplichting dat vanaf de vijfde maand verblijf in een instelling de hoge eigen bijdrage geldt.
Eiser stelde dat de mededeling van het CAK over de verhoging van de eigen bijdrage onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, omdat hij pas bij het bezwaar nadere uitleg ontving en daardoor betalingsachterstand opliep. De rechtbank oordeelde dat het CAK conform regelgeving handelde, dat de informatiebrief van 2 februari 2024 weliswaar summier was, maar dat dit niet leidt tot onzorgvuldigheid of gebrek aan motivering, mede omdat nadere uitleg in bezwaar werd gegeven.
Eiser trok ter zitting zijn stellingen over een rekenfout en financiële problemen in. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat eiser vanaf 4 februari 2024 de hoge eigen bijdrage moet betalen. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van de hoge eigen bijdrage door het CAK is ongegrond verklaard.