Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;
- oplegging van de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), met de dadelijke uitvoerbaarheid van die maatregel.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1.meer subsidiair
poging tot zware mishandeling;
3.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.Vordering benadeelde partij
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;
16 (zestien) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
benadeelde partij [slachtoffer 4]niet-ontvankelijk in de vordering;