Op 19 oktober 2016 vond een verkeersongeval plaats waarbij eiser en gedaagde betrokken waren en waarbij gedaagde ernstig letsel opliep. De rechtbank heeft in een eerdere beschikking vastgesteld dat eiser aansprakelijk is voor het ongeval en 75% van de materiële en immateriële schade van gedaagde moet vergoeden.
Eiser is het niet eens met deze aansprakelijkheidsvaststelling en vordert in de bodemprocedure een andere beslissing. Tevens verzoekt hij om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen de beschikking. Gedaagde heeft hiertegen geen bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek tijdig is ingediend en dat de aansprakelijkheid en schadevergoeding een cruciale kwestie vormen die bepalend is voor de afwikkeling van de schade. Daarom is het doelmatig dat partijen deze kwestie eerder aan het gerechtshof kunnen voorleggen zonder eerst de bodemprocedure af te wachten.
De rechtbank verleent het tussentijds hoger beroep, houdt de hoofdzaak aan tot de rolzitting van 1 oktober 2025 en stelt verdere beslissingen uit.