In deze zaak staat de vraag centraal welk bedrag aan huur de huurder nog aan de verhuurder moet betalen, dan wel terugkrijgt, vanwege de coronakorting. De huurder heeft tijdens de coronaperiode 50% van de huur ingehouden omdat het bedrijf vanwege maatregelen gesloten was. De verhuurder vordert betaling van de huurachterstand, inclusief rente en kosten. De huurder vordert in reconventie een huurprijsvermindering wegens onvoorziene omstandigheden.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder over de periode van 10 december 2020 tot en met maart 2022 recht heeft op een huurprijsvermindering op basis van de vastelastenmethode, waarbij omzetcijfers over juli 2023 tot juni 2024 worden gebruikt met een correctie van een derde vanwege het startjaar. De vaste lasten worden vastgesteld, waarbij reclamekosten buiten beschouwing blijven. De ontvangen tegemoetkoming vaste lasten wordt toegerekend aan het gehuurde.
De kantonrechter bepaalt dat 50% van de omzetdaling in mindering wordt gebracht op de huurprijs, wat resulteert in een totale coronakorting van €23.763,35. Na verrekening van de huurachterstand en contractuele rente moet de huurder nog €271,96 betalen. De huurder hoeft geen rente te betalen over de bedragen die zij gerechtvaardigd heeft opgeschort. De proceskosten worden aan de huurder opgelegd omdat zij voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.