ECLI:NL:RBROT:2025:3491
Rechtbank Rotterdam
- Verschoning
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens mogelijke partijdigheid
In deze civielrechtelijke procedure tussen eiser en gedaagde heeft de rechter, mr. D. van Dooren, een verzoek tot verschoning ingediend. De reden voor het verzoek was dat zijn zoon leerling is bij de onderwijsinstelling die gedaagde vertegenwoordigt, waardoor de schijn van partijdigheid zou kunnen ontstaan.
De rechtbank heeft het verzoek zorgvuldig beoordeeld. Hoewel er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig zou zijn, werd onderzocht of de objectieve vrees voor schade aan de rechterlijke onpartijdigheid gerechtvaardigd was. De rechtbank oordeelde dat het feit dat de rechter zelf het verzoek indiende een zwaarwegende aanwijzing vormt dat de schijn van partijdigheid bestaat.
Op grond hiervan heeft de rechtbank het verzoek tot verschoning toegewezen om de onpartijdigheid van de rechter in de procedure te waarborgen. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer en ondertekend door de voorzitter en de rechters.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechter vanwege mogelijke schijn van partijdigheid wordt toegewezen.