Verzoekster bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek toegewezen op grond van haar problematische schulden en de goede trouwtoets, mede dankzij haar inspanningen zoals het beëindigen van haar onderneming en het aangaan van loondienst.
Ondanks de aanwezigheid van openstaande vorderingen bij de Belastingdienst en het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), die op zichzelf een toelating in de weg zouden staan, is op basis van de hardheidsclausule besloten tot toelating omdat verzoekster een positieve wending heeft laten zien en naar verwachting aan haar verplichtingen zal voldoen.
Het verzoek om de ingangsdatum van de WSNP met ruim twee jaar te vervroegen naar 16 maart 2023 is afgewezen. De rechtbank stelde vast dat verzoekster sinds die datum nieuwe verwijtbare schulden heeft laten ontstaan, waaronder diverse verkeersboetes en niet-betaalde motorrijtuigenbelasting. Dit benadeelt de schuldeisers en rechtvaardigt geen eerdere aanvang van de regeling.
De rechtbank benoemde een bewindvoerder en rechter-commissaris en stelde de ingangsdatum van de WSNP vast op 21 februari 2025, met een einddatum op 21 augustus 2026. De bewindvoerder krijgt de bevoegdheid om de post van verzoekster te beheren en een voorschot op vergoeding te nemen.