ECLI:NL:RBROT:2025:2253

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
7 maart 2025
Publicatiedatum
24 februari 2025
Zaaknummer
11283021 CV EXPL 24-21487
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek royement en proceskostenveroordeling na vermindering vordering elektriciteitsaansluiting

In deze civiele procedure heeft Stedin Netbeheer B.V. aanvankelijk gevorderd dat zij de elektriciteitsaansluiting van de woning van gedaagde mocht afsluiten en dat gedaagde werd veroordeeld tot betaling van bijkomende kosten. Vervolgens heeft Stedin haar vordering verminderd tot nihil en verzocht om royement van de zaak, met een voorstel om een beperkt gemachtigdensalaris van € 40,- aan gedaagde te betalen.

Gedaagde ging niet akkoord met het royementsverzoek en stelde dat het betalingsvoorstel te laag was. Zij vorderde een volledige proceskostenveroordeling van € 750,-, stellende dat zij vijf uren aan de zaak had besteed en dat de procedure onnodig was aangespannen vanwege een administratieve fout van Stedin.

De kantonrechter oordeelde dat Stedin haar vordering niet langer handhaaft, zodat deze wordt afgewezen. De rechter stelde vast dat voor toewijzing van de gevorderde proceskostenveroordeling sprake moet zijn van buitengewone omstandigheden, zoals misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Dit was niet het geval, ook niet vanwege de administratieve fout.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot volledige proceskostenveroordeling af en veroordeelde Stedin tot betaling van proceskosten aan de zijde van gedaagde op basis van het gebruikelijke liquidatietarief, begroot op € 80,-. Dit vonnis werd gewezen door de kantonrechter E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Verzoek tot volledige proceskostenveroordeling afgewezen, Stedin veroordeeld tot betaling van € 80,- aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11283021 CV EXPL 24-21487
datum uitspraak: 7 maart 2025
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stedin Netbeheer B.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats],
gedaagde,
gemachtigde: Novium Rechtsbijstand.
De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 20 augustus 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de akte royement van Stedin, met bijlagen;
  • de akte uitlating royement van [gedaagde].

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Stedin heeft in de dagvaarding aanvankelijk geëist dat zij de elektriciteitsaansluiting in de woning aan [adres] mag afsluiten met veroordeling van [gedaagde] in de bijkomende kosten.
2.2.
Vervolgens heeft Stedin bij akte aangegeven dat zij haar vordering vermindert tot nihil omdat zij niets meer heeft te vorderen van [gedaagde]. Zij heeft daarom verzocht om deze zaak te royeren en daarbij voorgesteld om een punt gemachtigdensalaris (conclusie van antwoord) ter hoogte van € 40,- aan [gedaagde] te betalen. [gedaagde] is niet akkoord gegaan met het verzoek tot royement en het voorstel. Zij vindt het betalingsvoorstel van € 40,- namelijk te laag. [gedaagde] verzoekt om een volledige proceskostenveroordeling, bestaande uit een bedrag van € 750,-. Hierbij stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat zij vijf uren heeft besteed aan deze zaak, terwijl deze zaak nodeloos aanhangig is gemaakt wegens een administratieve
fout van Stedin.
2.3.
Uit het verzoek tot royement begrijpt de kantonrechter dat Stedin haar vordering op [gedaagde] niet langer handhaaft, zodat haar vordering zal worden afgewezen. Het gaat in deze zaak dus nog alleen om de vraag of Stedin de door [gedaagde] gestelde werkelijke proceskosten aan haar moet betalen. Dat hoeft in dit geval niet. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Proceskosten
2.4.
Ten aanzien van de proceskosten stelt de kantonrechter voorop dat voor toewijzing van de door [gedaagde] gevorderde veroordeling in de werkelijke proceskosten slechts plaats is in geval van ‘buitengewone omstandigheden’. Daarbij moet worden gedacht aan gevallen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Op grond van vaste jurisprudentie is hiervan pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid daarvan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM Pro (Hoge Raad 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360 en Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828).
2.5.
De kantonrechter oordeelt dat van buitengewone omstandigheden zoals hiervoor bedoeld, mede gelet op de in acht te nemen terughoudendheid, onvoldoende is gebleken. De kantonrechter gaat in dat kader ook voorbij aan het verweer van [gedaagde] dat Stedin door een administratieve fout de verkeerde partij heeft gedagvaard, nu deze omstandigheden niet te kwalificeren zijn als buitengewone omstandigheden zoals hiervoor bedoeld.
2.6.
Gelet op het voorgaande acht de kantonrechter de gevorderde werkelijke proceskosten dan ook niet toewijsbaar. De proceskosten zullen daarom overeenkomstig het gebruikelijke liquidatietarief worden berekend. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op een bedrag van € 60,- aan salaris voor de gemachtigde (1,5 punt x € 40,-) en € 20,- aan nakosten. Dat is in totaal € 80,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Stedin in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 80,-;
3.2.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
53954