ECLI:NL:RBROT:2025:2211
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Loonvordering en verstrekking loonstroken op grond van vaststellingsovereenkomst
Eiseres werkte bij Aboriginal Business B.V. en beëindigde de arbeidsovereenkomst in december 2024 via een vaststellingsovereenkomst. Zij vordert betaling van € 4.323,46 aan salaris en vakantiegeld, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, omdat Aboriginal niet tijdig betaalde. Tevens eist zij de verstrekking van loonstroken over een periode van zes maanden.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen en wijst de loonvordering inclusief rente toe. De wettelijke verhoging wordt slechts gedeeltelijk toegewezen omdat de uiterste betaaldatum in de vaststellingsovereenkomst op 5 januari 2025 ligt, waardoor de verhoging pas vanaf die datum verschuldigd is. De rente over de verhoging wordt toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast wordt Aboriginal veroordeeld om binnen zeven dagen gecorrigeerde loonstroken te verstrekken, met een dwangsom van € 100 per dag bij niet-naleving. De proceskosten worden aan Aboriginal opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en alle overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, wettelijke verhoging en rente, en tot verstrekking van loonstroken binnen zeven dagen met dwangsom.