De zaak betreft een geschil tussen ex-partners zonder huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract. De vrouw eist dat de man de helft van de terug te betalen kinderopvangtoeslag aan haar vergoedt. De relatie eindigde op 29 december 2022 en er zijn geen afspraken gemaakt over financiële afwikkeling.
De kinderopvangtoeslag werd op een gezamenlijke rekening gestort, maar de vrouw kon niet voldoende aantonen dat de man vaste afspraken had gemaakt om de helft van de terugbetaling te dragen. De man betwistte dat er vaste afspraken waren en stelde dat de vrouw wijzigingen had doorgegeven aan de Belastingdienst die de terugbetaling veroorzaakten.
De rechtbank oordeelt dat het algemene verbintenissenrecht van toepassing is en dat de vrouw onvoldoende feiten heeft gesteld om een betalingsverplichting van de man aan te tonen. De vordering wordt afgewezen en de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten.