ECLI:NL:RBROT:2025:15366
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op verzoek inzage persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening
Eiseres verzocht de minister van Financiën om inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) en andere signaleringssystemen van de Belastingdienst. De minister gaf gedeeltelijke inzage, maar weigerde informatie over welke overheidsinstantie haar gegevens had opgevraagd, met verwijzing naar de AVG en fiscale geheimhoudingsplicht.
Eiseres stelde dat op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) zij recht had op deze informatie en dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze werd geweigerd. De rechtbank oordeelde dat het inzagerecht op grond van de AVG niet mag worden beperkt door de fiscale geheimhoudingsplicht en dat de minister terecht het toetsingskader van de AVG hanteerde.
De rechtbank concludeerde dat de minister aan het inzageverzoek had voldaan door een overzicht van de persoonsgegevens te verstrekken en dat de weigering om de naam van de opvragende instantie te delen gerechtvaardigd was omdat deze instantie geen ontvanger is in de zin van de AVG. Ook inzage in andere systemen zoals PIT en RAM werd afgewezen vanwege het buiten gebruik zijn van PIT en lopend onderzoek naar RAM.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E.C. Debets op 17 december 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van de minister om geen volledige inzage te geven in haar persoonsgegevens in de FSV is ongegrond verklaard.