Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker
De Sociale verzekeringsbank, SVB
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
- Woning 1 op het adres [adres 1] (woning 1); en
- Woning 2 op het adres [adres 2] (woning 2).
- Een certificaat uit de perception van Guercif, waaruit blijkt dat betrokkene tussen 2014 en 2020 niet onderworpen was aan de gemeentelijke belastingen (THSC) onder het registratienummer [nummer].
- Een administratieve verklaring van de lokale autoriteiten (de Caid) in Marokko, waar het adres [adres 1], onder valt, en waarin de Caid bevestigen dat verzoeker geen enkel onroerend goed bezit en geen nalatenschap heeft aan het adres [adres 1].
.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
29 oktober 2024heeft verzoeker de volgende stukken overgelegd:
- Certificaat van niet-registratie van het kadaster van Guercif, van 18 september 2024 (met vertaling in het Frans), waarin staat dat verzoeker niet is ingeschreven in het kadastrale register als eigenaar van een geregistreerd onroerend goed binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van deze dienst.
- Een (gelegaliseerde) verklaring op erewoord van 10 oktober 2024, van verzoeker, waarin hij verklaart geen onroerend goed of zakelijke rechten op onroerend goed te bezitten die onderworpen zijn aan de woonbelastingen en gemeentelijke dienstbelastingen binnen het grondgebied van Marokko, sinds 2014 tot op heden.
- Een gelijkluidende verklaring op erewoord van 16 oktober 2024.
- Een verklaring van niet-heffing van de belasting op gemeentelijke diensten van 11 september 2024, door de belastingdienst financiële zaken van Taourirt, waarin wordt verklaard dat verzoeker, voor zover bekend, voor het jaar 2024 geen onroerend goed of zakelijke rechten op onroerend goed bezit die onderworpen zijn aan de woonbelastingen en de belastingen op gemeentelijke diensten binnen het grondgebied van Marokko.
- Een administratieve woonplaatsverklaring (datum onleesbaar), waarin de Caid verklaart, op basis van de attestatie van de Mokadem van 16 december 2024, dat verzoeker tijdens zijn verblijf in Marokko op het volgende adres verblijft: Quartier (Hay) Nougd, Guercif.
1 september 2025heeft verzoeker de volgende stukken overgelegd:
geregistreerdonroerend goed binnen het werkgebied van deze dienst. Vervolgens blijkt uit het certificaat van niet-registratie van hetzelfde kadaster, van 11 augustus 2025, dat verzoeker bij het kadaster evenmin geregistreerd staat als eigenaar van een
niet-geregistreerdonroerend goed binnen het werkgebied van deze dienst. Volgens de verklaring van niet-heffing van de belasting op gemeentelijke diensten van de belastingdienst financiële zaken van Taourirt, van 11 september 2024, bezat verzoeker voor zover bekend in 2024 geen (zakelijke rechten op) onroerend goed die onderworpen zijn aan de woonbelastingen en de belastingen op gemeentelijke diensten binnen het grondgebied van Marokko. Verder heeft verzoeker in bezwaar nog een verklaring overgelegd van de perception van Guercif, waaruit kan worden afgeleid dat de dochter van verzoeker in de periode van 1998 tot 2024 jaarlijks (eind maart en éénmalig eind april) gemeentelijke belastingen betaalde voor een woning op het adres van woning 1.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
- schorst het besluit van 20 november 2025 en bepaalt dat verzoeker voorschotten worden toegekend tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de SVB het griffierecht van € 53,- aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan verzoeker.