ECLI:NL:RBROT:2025:15132

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11991981 VV EXPL 25-740
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kort geding over loonvordering en arbeidsongeschiktheid van een docent

In deze zaak, die voor de Rechtbank Rotterdam is behandeld, heeft eiser, vertegenwoordigd door mr. N.M. Fakiri, een kort geding aangespannen tegen Leer-Kracht B.V., handelend onder de naam Docent Direct. Eiser is per 1 augustus 2025 in dienst bij Docent Direct op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Na een ziekmelding op 3 november 2025 heeft Docent Direct de arbeidsovereenkomst opgezegd en het loon over november opgeschort. Eiser vordert in dit kort geding betaling van het achterstallige loon, inclusief fiscale bijtelling en incassokosten, en verzoekt om een veroordeling van Docent Direct in de proceskosten.

De kantonrechter heeft de zaak beoordeeld en vastgesteld dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de betaling van zijn loon, aangezien hij financieel in de knel is gekomen. De vordering tot betaling van de verkeersboete en de fiscale bijtelling is afgewezen, omdat niet voldoende bewijs is geleverd dat deze bedragen door Docent Direct moeten worden betaald. De vordering tot betaling van toekomstig loon is eveneens afgewezen, omdat Docent Direct heeft toegezegd de loonbetalingen voort te zetten. De wettelijke verhoging van 20% over het te laat betaalde loon over november 2025 is toegewezen, evenals de proceskosten, die op € 1.079,47 zijn begroot. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11991981 VV EXPL 25-740
datum uitspraak: 22 december 2025
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Rotterdam,
eiser,
gemachtigde: mr. N.M. Fakiri,
tegen
Leer-Kracht B.V., die handelt onder de naam Docent Direct,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
vertegenwoordigd door: [naam].
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘Docent Direct’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 december 2025, met bijlagen;
  • de mail van de vertegenwoordiger van Docent Direct van 10 december 2025;
  • de akte vermeerdering eis, met bijlagen.
1.2.
Op 15 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • [eiser], bijgestaan door mr. Fakiri;
  • [naam] namens Docent Direct.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
Docent Direct is een detacheringsbureau gericht op het onderwijs. [eiser] is per 1 augustus 2025 werkzaam bij Docent Direct op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 17 juli 2026. [eiser] is door Docent Direct ter beschikking gesteld aan een opdrachtgever om werkzaamheden te verrichten als docent op het VMBO.
2.2.
Op 3 november 2025 heeft [eiser] zich ziekgemeld bij de opdrachtgever. Op diezelfde datum heeft de opdrachtgever de opdrachtovereenkomst met Docent Direct opgezegd. In reactie daarop heeft Docent Direct de arbeidsovereenkomst met [eiser] diezelfde dag opgezegd en het loon over de maand november opgeschort. Op 4 december 2025 heeft de bedrijfsarts geoordeeld dat [eiser] volledig arbeidsongeschikt is. De bedrijfsarts heeft partijen geadviseerd om in mediation te gaan. Op 9 december 2025 heeft Docent Direct 90% (vanwege arbeidsongeschiktheid) van het loon betaald. Ter zitting is door beide partijen de bereidheid uitgesproken om in mediation te gaan.
2.3.
Naar aanleiding van de loonbetaling op 9 december 2025 heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. Hij eist in deze zaak, na vermeerdering van eis, betaling van het restant van het achterstallige loon (bestaande uit een bedrag aan fiscale bijtelling voor de leaseauto en een bedrag dat is ingehouden vanwege een verkeersboete), de wettelijke verhoging en incassokosten. Ook eist [eiser] dat Docent Direct wordt veroordeeld in de proceskosten.
Beoordelingskader
2.4.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiser] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor Docent Direct als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
[eiser] heeft een spoedeisend belang
2.5.
[eiser] is dit kort geding gestart vanwege het uitblijven van de betaling van het loon over de maand november 2025. [eiser] stelt dat hij financieel in de knel is gekomen en dat hij zijn loon nodig heeft om in de levensbehoeften van hem en zijn minderjarige kinderen te voorzien. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.
Het bedrag van de verkeersboete wordt afgewezen
2.6.
Tijdens de zitting is gesproken over een verkeersboete van € 75,- die op het salaris van [eiser] is ingehouden. Docent Direct stelt dat zij gerechtigd is om door de werknemer veroorzaakte verkeersboetes in te houden op het loon. Dit wordt door [eiser] niet betwist maar wel betwist hij dat hij een verkeersovertreding heeft begaan. Docent Direct stelt overtuigend schriftelijk bewijs (de verkeersboete) te hebben van de overtreding door [eiser]. Nu Docent Direct de vordering gemotiveerd heeft betwist en deze procedure zich niet leent voor nadere bewijslevering, zal deze vordering van [eiser] worden afgewezen.
Het bedrag van de fiscale bijtelling wordt afgewezen
2.7.
[eiser] eist betaling van € 631,82 aan fiscale bijtelling voor de leaseauto die hij in zijn bezit heeft gehad. In artikel 9 aanhef en lid 4 van de bruikleenovereenkomst voor de auto staat dat deze overeenkomst eindigt bij ziekte of arbeidsongeschiktheid van de werknemer van maximaal 6 weken. Partijen zijn het erover eens dat hiermee wordt bedoeld dat de bruikleenovereenkomst eindigt als [eiser] langer dan 6 weken ziek is. Gedurende de eerste 6 weken van arbeidsongeschiktheid is de fiscale bijtelling voor de auto volgens [eiser] onderdeel van zijn loon en moet Docent Direct de bijtelling over die periode aan hem uitbetalen. Docent Direct betwist dat dit het geval is.
2.8.
Partijen zijn het erover eens dat [eiser] de auto op 12 november 2025 heeft ingeleverd. Het is echter op basis van de stukken en het gestelde ter zitting niet voldoende duidelijk geworden dat Docent Direct de gevorderde bijtelling moet betalen. Er wordt daarom op dit punt geen voorlopige voorziening getroffen.
De vordering betaling toekomstig loon wordt afgewezen
2.9.
[eiser] eist betaling van zijn toekomstige loon over de periode vanaf december 2025 tot de einddatum van de detacheringsovereenkomst op 17 juli 2026 op basis van de onterechte opzegging van de overeenkomst door Docent Direct. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is door Docent Direct tijdens de zitting echter ingetrokken en zij heeft toegezegd de loonbetalingen te zullen voortzetten zoals overeengekomen. Onder deze omstandigheden behoeft hiervoor geen voorlopige voorziening te worden getroffen.
De gevorderde wettelijke verhoging wordt toegewezen
2.10.
De wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW over het te laat betaalde loon over de maand november 2025 wordt toegewezen. Deze wordt bepaald op 20% over het te laat betaalde loon over de maand november 2025.
Docent Direct hoeft geen incassokosten te betalen
2.11.
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. [eiser] heeft namelijk niet gesteld dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht.
Docent Direct moet de proceskosten betalen
2.12.
De proceskosten komen voor rekening van Docent Direct. De gewijzigde eis van [eiser] wordt in dit vonnis weliswaar grotendeels afgewezen, maar Docent Direct heeft het loon over de maand november 2025 pas na dagvaarding betaald. Omdat vast staat dat Docent Direct het loon te laat heeft betaald en zij dus terecht is gedagvaard, wordt zij in deze procedure aangemerkt als de partij die (voor het grootste deel) ongelijk krijgt (artikel 237 Rv).
2.13.
De kantonrechter begroot de kosten die Docent Direct aan [eiser] moet betalen op € 144,47 aan dagvaardingskosten, € 257,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.079,47. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.14.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en Docent Direct daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Docent Direct om aan [eiser] te betalen de wettelijke verhoging van 20% over het te laat betaalde loon over de maand november 2025, zoals bedoeld in artikel 7:625 BW;
3.2.
veroordeelt Docent Direct in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 1.079,47;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Willemsen en in het openbaar uitgesproken.
43416