Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2025:15130

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
11755010 RR FORM 25-48
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 RvArt. 6:7 BWArt. 14 lid 1 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 15 Tijdelijk besluit experiment regelrechterArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing geldvordering wegens niet-terugbetaalde borgsom na huurbeëindiging

Eiser heeft samen met twee andere huurders een woning gehuurd van gedaagden. Na beëindiging van de huurrelatie en vertrek uit de woning, is slechts een deel van de borgsom van €3.000,- terugbetaald, namelijk €2.400,-. Eiser vordert het resterende bedrag van €600,-.

Gedaagden zijn niet verschenen in de procedure, waardoor verstek is verleend. De rechter beoordeelt de vordering als niet onrechtmatig of ongegrond en wijst deze toe. Tevens worden de proceskosten begroot op €427,50 en hoofdelijk aan gedaagden opgelegd.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat eiser direct tot executie kan overgaan. Gedaagden kunnen binnen vier weken verzet instellen tegen het vonnis. De procedure vond plaats binnen het kader van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van €600 borgsom en hoofdelijk in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11755010 RR FORM 25-48
datum uitspraak: 19 december 2025
Vonnis van de regelrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: Den Haag,
eiser,
gemachtigde: mr. E.M. Prins,
tegen

1.[gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.
De partijen worden hierna ‘[eiser]’ en ‘[gedaagden]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Deze zaak wordt behandeld door de regelrechter (hierna: rechter) op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
1.2.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het aanvraagformulier van [eiser] dat de rechtbank op 18 juni 2025 heeft ontvangen, met bijlagen,
  • nadere stukken van [eiser], ontvangen door de rechtbank op 24 juni 2025,
  • nadere stukken van [eiser], ontvangen door de rechtbank op 22 juli 2025.
1.3.
Op 20 november 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Aanwezig waren [eiser], zijn gemachtigde, [naam 1] (voormalig medehuurster), [naam 2] en [naam 3] (tolk, [huisnummer]).
1.4.
[gedaagden] zijn niet in de procedure verschenen. Tegen hen is daarom verstek verleend (artikel 14 lid 1 Besluit Pro).

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[eiser] eist in deze procedure betaling van € 600,-. Volgens hem is het volgende gebeurd. [eiser] heeft samen met twee andere huurders de woning aan de [adres] van [gedaagden] gehuurd. De huurrelatie is inmiddels beëindigd en alle huurders hebben de woning verlaten. Volgens [eiser] hebben de huurders bij aanvang van de huur € 3.000,- borg aan [gedaagden] betaald. Na het einde van de huurrelatie hebben de huurders € 2.400,- aan borg terug gekregen in plaats van de hele borgsom. [eiser] vindt dat [gedaagden] ook het restant van de borgsom van € 600,- aan hem terug moeten betalen.
[eiser] krijgt gelijk
2.2.
[gedaagden] hebben niet op de eis gereageerd. De rechter wijst de eis toe, omdat die niet onrechtmatig of ongegrond lijkt (artikel 139 Rv Pro).
[gedaagden] moeten de proceskosten betalen
2.3.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagden], omdat zij ongelijk krijgen (artikel 15 Besluit Pro). Zij zijn daarvoor hoofdelijk aansprakelijk (artikel 6:7 BW Pro). [1] De regelrechter begroot de kosten die [gedaagden] aan [eiser] moeten betalen op € 90,- aan griffierecht, € 270,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € € 427,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [gedaagden] daar niet op hebben gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De rechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagden] om € 600,- aan [eiser] te betalen;
3.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten, die aan de kant van [eiser] worden begroot op € 427,50;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
43416
Bent u gedaagde en bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan. U moet daarvoor een brief of mail sturen aan de griffier van deze rechtbank. U heeft hiervoor vier weken de tijd. Wanneer die vier weken beginnen staat in artikel 143 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Voetnoten

1.Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942