4.1.3.Beoordeling
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 18 december 2023 is de aangever, [aangever] , in de parkeergarage aan de Noorderstraat te Schiedam ontvoerd. Nadat hij door een man werd aangesproken, is hij door meerdere personen met geweld een witte Opel Combo in getrokken. Hierbij is de aangever geslagen. In het voertuig is hij vastgebonden met tie-wraps en is zijn telefoon afgenomen. De witte Opel Combo, met daarin vier verdachten en de aangever, reed vervolgens dwars door een slagboom de parkeergarage uit, direct gevolgd door een zwarte Peugeot 208 en een rode Opel Meriva. De aangever is met de witte Opel Combo overgebracht naar de Fokkerstraat in Schiedam en daar overgezet in een grijze Volkswagen T-Roc. Met dit voertuig is hij naar een onbekend gebleven locatie vervoerd, waar hij twee dagen is vastgehouden. De zwarte Peugeot 208 is vanaf de Fokkerstraat achter de Volkswagen T-Roc aangereden.
De witte Opel Combo waarmee de aangever vanuit de parkeergarage werd ontvoerd, is enkele uren later staande gehouden in de buurt van Tilburg. De [medeverdachte 1] , die de auto bestuurde, is vervolgens aangehouden. In de Opel Combo zijn onder andere een tie-wrap en bloedsporen van de aangever aangetroffen en is een schoen gevonden van het merk Santoni, die hij droeg ten tijde van de ontvoering.
De bij de ontvoering betrokken zwarte Peugeot 208 is op 19 december 2023 geregistreerd door het ANPR-systeem. Gecombineerd met observatiegegevens van de inzittenden rees hierop bij het onderzoeksteam het vermoeden dat het slachtoffer mogelijk in de buurt van Amsterdam gevangen werd gehouden. Bij een ontmoeting die avond in Amsterdam tussen meerdere personen uit de Peugeot 208 en uit een Volvo XC40, zijn alle inzittenden van de beide auto’s aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de ontvoering. Dit betreft (onder andere) de verdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] .
De aangever is, geboeid met tie-wraps en met een gehoorbeschermer en een met tape afgeplakte skibril op zijn hoofd, op 20 december 2023 in de avonduren op de Wethouder van Essenweg te Halfweg door onbekend gebleven medeverdachten uit een auto gezet. Hij werd daar korte tijd later aangetroffen door twee buitengewoon opsporingsambtenaren van de gemeente.
Op basis van het verdere onderzoek, onder meer aan de bij aanhouding van de verdachten in beslag genomen telefoons, is op 30 januari 2024 ook de [verdachte] aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de ontvoering.
De vraag die voorligt is of de aangehouden verdachten betrokken zijn bij het ten laste gelegde, welke rol zij daarbij hebben gehad en welk strafbaar feit dit eventueel oplevert. De rechtbank overweegt hierbij als volgt.
Betrokkenheid op basis van het dossier en de verklaringen van de verdachten
De [medeverdachte 2]heeft bij de politie bekend dat hij bij de ontvoering betrokken is geweest. Volgens zijn verklaring is hij de persoon die de aangever in de parkeergarage heeft aangesproken en heeft hij ook geholpen om de aangever in de witte Opel Combo te plaatsen. Hij is in de zwarte Peugeot 208 meegereden naar de locatie aan de Fokkerstraat, waar de aangever is overgezet in de grijze Volkswagen T-Roc. Eerder die dag was hij in Amsterdam betrokken bij het huren van deze auto.
Anders dan hij heeft verklaard, leidt de rechtbank uit de bewijsmiddelen af dat [medeverdachte 2] een van de inzittenden was van de Volkswagen T-Roc, waarmee de aangever vanaf de Fokkerstraat verder is vervoerd naar de locatie waar hij daarna is vastgehouden. De verdachte heeft bevestigd dat hij de gebruiker is van het account ‘ [accountnaam 1] ’, waarmee voorafgaand, tijdens en na afloop van de ontvoering intensief contact werd onderhouden met verschillende medeverdachten. Uit locatiegegevens valt af te leiden dat de telefoon met dit account na de ontvoering op meerdere momenten meebewoog met de telefoon van de aangever, onder andere op de momenten dat de familie werd benaderd om losgeld te betalen. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de bewuste chatberichten niet zelf heeft verstuurd, maar dat hij wel op de hoogte werd gesteld van de inhoud ervan.
De [verdachte]heeft bij de politie zijn betrokkenheid bij het observeren van de aangever en bij het plaatsen van het peilbaken onder de auto van de aangever bekend. Deze verklaring past bij het aan de verdachte toegeschreven DNA-spoor dat eerder op het sluitingslipje van de simkaart in voornoemd peilbaken werd aangetroffen. Anders dan de verdachte heeft verklaard, stelt de rechtbank echter vast dat hij ook bij de verdere uitvoering van de ontvoering en de vrijheidsberoving van de aangever actief betrokken is geweest. Met een onder hem in beslag genomen telefoon (nummer eindigend op -949) zijn in de weken voorafgaand aan het tenlastegelegde meerdere berichten verstuurd, onder andere aan de [medeverdachte 2] , die zien op de observatie van de aangever en de voorbereiding van de ontvoering. Uit locatiegegevens leidt de rechtbank af dat de gebruiker van de telefoon ten tijde van de ontvoering in de omgeving van de parkeergarage is geweest en direct erna met de betrokken medeverdachten naar de Fokkerstraat is gereden. Op basis van chatberichten die vanaf de telefoon zijn verstuurd aan de [medeverdachte 3] (onder het account van ‘ [accountnaam 2] ’) stelt de rechtbank vast dat de telefoon daarna in de zwarte Peugeot 208 is gebruikt terwijl deze achter de grijze Volkswagen T-Roc aanreed, waarin de aangever werd vervoerd. Onder de door de verdachte gebruikte bijnaam ‘ [naam 1] ’ werden een dag later vanaf de telefoon berichten verstuurd aan de [medeverdachte 6] over de bewaking van de aangever. Op een tie-wrap waarmee de aangever was vastgebonden en op de binnenzijde van de gehoorbeschermer die de aangever droeg, is DNA van de verdachte aangetroffen. Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij ten tijde van en in de uren na de ontvoering niet de gebruiker was van de onder hem in beslag genomen telefoon, niet geloofwaardig.
De [medeverdachte 3]heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. In de zwarte Peugeot 208 waarin hij werd aangehouden, is een iPhone 7 ( [SIN-nummer 1] ) gevonden. Op basis van het verdere onderzoek kunnen deze telefoon en het daarop aangetroffen Snapchataccount ‘ [accountnaam 2] ’ aan deze verdachte worden toegeschreven. Vanaf dit account is voor, gedurende en na de ontvoering onder andere gecommuniceerd met de accounts ‘ [accountnaam 1] ’ (de [medeverdachte 2] ) en ‘ [accountnaam 3] ’ (de [medeverdachte 1] ) over deze ontvoering en de voorbereiding daarvan. Uit locatiegegevens leidt de rechtbank af dat de telefoon na de ontvoering op meerdere momenten meebewoog met de telefoon van de aangever. Op de telefoon van de verdachte is voorts een notitie gevonden met daarop de inlogcode die de aangever tijdens de ontvoering had moeten afstaan van zijn telefoon.
Het aan de [medeverdachte 3] toegeschreven telefoonnummer eindigend op -088 is gekoppeld aan de simkaart van het baken onder de auto van de aangever. De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 3] het peilbaken samen met de [verdachte] onder de auto heeft geplaatst. De [medeverdachte 3] heeft voorafgaand aan de ontvoering de [medeverdachte 1] naar het autobedrijf in Ede vervoerd waar [medeverdachte 1] de witte Opel Combo heeft gehuurd. Ook was [medeverdachte 3] een van de inzittenden van de grijze Volkswagen T-Roc, waarmee de aangever vanaf de Fokkerstraat naar de locatie is gebracht waar hij daarna werd vastgehouden.
De [medeverdachte 4]heeft zich eveneens op zijn zwijgrecht beroepen. Bij zijn aanhouding zat hij als chauffeur in de zwarte Peugeot 208. In de aan hem toegeschreven telefoon (iPhone 7 met [SIN-nummer 2] ) is een notitie gevonden met gegevens die gerelateerd kunnen worden aan de persoonlijke omstandigheden van de aangever. Ook is een afbeelding aangetroffen met gegevens om te kunnen inloggen op een GPS-tracker. Uit locatiegegevens blijkt dat de telefoon ten tijde van de ontvoering op de plaats delict en op de Fokkerstaat is geweest. Kort na de ontvoering stuurde de [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 4] een afbeelding van de code van de telefoon van de aangever. Uit de chatberichten tussen de verdachten [medeverdachte 2] en [verdachte] , en uit de locatiegegevens van de in beslag genomen telefoons kan worden afgeleid dat de verdachten [medeverdachte 4] en [verdachte] in de zwarte Peugeot 208 zaten die achter de grijze Volkswagen T-Roc reed waarin de aangever vanaf de Fokkerstraat werd vervoerd.
De [medeverdachte 5]heeft erkend dat hij op 18 december 2023 in het casino Fairplay aan de Noorderstraat is geweest. Ook de aangever was daar voorafgaand aan de ontvoering. De [medeverdachte 5] is in de rode Opel Meriva naar het casino gereden. Hij droeg op dat moment dezelfde North Face jas die een dag later bij zijn aanhouding in de zwarte Peugeot 208 is aangetroffen. Op die jas is een bloedspoor van de aangever gevonden. Ook is DNA van de [medeverdachte 5] en van de aangever gevonden op een tie-wrap die in de laadruimte van de witte Opel Combo lag, en op de binnenzijde van de gehoorbeschermer en de skibril die de aangever droeg. Het DNA van de [medeverdachte 5] is eveneens aangetroffen op de rol tape die in de witte Opel Combo lag waarmee de aangever werd ontvoerd. Deze rol kon op basis van technisch onderzoek worden gekoppeld aan de stukken tape waarmee de skibril was afgeplakt.
De [medeverdachte 1]heeft bevestigd dat hij de witte Opel Combo heeft gehuurd waarmee de aangever is ontvoerd uit de parkeergarage, maar ontkent enige betrokkenheid bij het tenlastegelegde. Tijdens zijn aanhouding was de verdachte in het bezit van een telefoon (iPhone 14 met [SIN-nummer 3] ). Op deze telefoon zijn vanaf het account van de verdachte (‘ [accountnaam 3] ’) berichten gewisseld met de [medeverdachte 3] ( [accountnaam 2] ) die zien op de voorbereiding van de ontvoering. De telefoon van de verdachte en de witte Opel Combo zijn op de middag voor de ontvoering in de omgeving van de parkeergarage en de Fokkerstraat getraceerd. Verder zijn DNA-sporen van de verdachte aangetroffen op het parkeerkaartje van de parkeergarage Parking You, gedateerd 18 december 2023 om 14.56 uur, dat in de witte Opel Combo is aangetroffen. De rechtbank acht bewezen dat de [medeverdachte 1] zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering van de ontvoering van de aangever actief betrokken is geweest en hecht geen geloof aan de alternatieve, niet verifieerbare lezingen die de verdachte heeft gegeven bij de voor hem belastende onderzoeksbevindingen.
De [medeverdachte 6]was niet aanwezig bij de ontvoering van de aangever en bij het transport vanaf de Fokkerstraat. De verdachte heeft verklaard dat hem de dag erna, op 19 december 2023, werd gevraagd om als chauffeur met de zwarte Peugeot 208 twee personen naar Amsterdam te brengen, waar hij vervolgens werd aangehouden. Hij ontkent enige betrokkenheid bij of wetenschap van de ontvoering.
Uit chatberichten op de telefoon van de [medeverdachte 6] blijkt dat hij op verzoek van de [medeverdachte 2] (‘ [accountnaam 1] ’) enkele uren na de ontvoering naar de parkeergarage is gereden – waar op dat moment de auto van de aangever met het peilbaken geparkeerd stond – en hem liet weten dat daar op dat moment veel politie aanwezig was. Op de telefoon van de verdachte is een door [medeverdachte 2] toegestuurde afbeelding van een GPS-tracker gevonden. Later die avond stuurde de verdachte hem bericht dat “ze auto” er nog staat. Uit de verdere chatwisseling met [medeverdachte 2] , waarin onder meer wordt gesproken over losgeld, leidt de rechtbank af dat de verdachte wel degelijk wetenschap had van de ontvoering en ook actief betrokken was bij de verdere vrijheidsberoving van de aangever. De rechtbank wijst in dit verband bijvoorbeeld op het bericht van 19 december 2023 aan de medeverdachte [verdachte] (‘ [naam 1] ’) waarin de verdachte hem laat weten dat “hij wilt roken”; dit laatste komt overeen met de verklaring van de aangever. De verdachte heeft diezelfde dag ook contact met [verdachte] over de aflossing en zegt dat hij weg wil, als blijkt dat [verdachte] niet op de afgesproken tijd aanwezig kan zijn.
Rolverdeling en medeplegen
De rechtbank concludeert op basis van het voorgaande het volgende:
- de [medeverdachte 2] heeft voorafgaand aan en tijdens de ontvoering een leidinggevende en sturende rol gehad. Hij heeft anderen instructies gegeven, heeft medeverdachten aangestuurd en was ook zelf actief betrokken bij de uitvoering; ook werd hij direct geïnformeerd over de chatberichten aan de broer van de aangever, waarin losgeld werd geëist.
- de [verdachte] heeft zowel in de voorbereidende fase als bij de uitvoering van de
ontvoering, onder meer bij de bewaking van het slachtoffer tijdens zijn gevangenschap, essentiële uitvoeringshandelingen verricht.
- de [medeverdachte 3] is intensief betrokken geweest bij de voorbereiding en de uitvoering van de ontvoering en heeft anderen hierbij betrokken en aangestuurd.
- de [medeverdachte 4] is betrokken geweest bij de voorbereiding en de uitvoering van de ontvoering, en bestuurde de zwarte Peugeot 208 waarin hij samen met [verdachte] reed.
- de [medeverdachte 5] is spotter geweest en is daarna ook betrokken geweest bij de ontvoering en het overzetten van de aangever in de Volkswagen T-Roc.
- de [medeverdachte 1] is de chauffeur geweest van de witte Opel Combo en is betrokken geweest bij de overmeestering van de aangever in de parkeergarage.
- de [medeverdachte 6] wisselde na de ontvoering informatie uit met de medeverdachten en was actief betrokken bij het bewaken van de aangever op de locatie waar hij werd vastgehouden.
Voor de kwalificatie van medeplegen is vereist dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Daarbij is van belang dat de intellectuele en/of materiële bijdrage van een verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De rechter kan bij die beoordeling onder meer rekening houden met de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, uitvoering of afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Zoals hierboven uiteengezet heeft de [verdachte] een actieve bijdrage geleverd aan het ten laste gelegde. Hij is degene geweest die heeft geregeld dat de aangever kon worden geobserveerd. Hij is ook in de uren vóór de ontvoering actief betrokken geweest bij de observatie van de aangever en is direct na de ontvoering met een aantal medeverdachten achter de auto met daarin de aangever aangereden naar de locatie waar de aangever is vastgehouden. Hij heeft daarbij veelvuldig gecommuniceerd met de medeverdachten. Ook is hij actief betrokken geweest bij het voortduren van de vrijheidsberoving en bij de bewaking van het slachtoffer. Hoewel niet kan worden vastgesteld dat de [verdachte] fysiek aanwezig was in de parkeergarage op het moment van de daadwerkelijke ontvoering, maakt dit zijn bijdrage aan het ten laste gelegde niet van minder gewicht. De aanwezigheid van zijn DNA op een aantal goederen bevestigt zijn betrokkenheid. De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op zijn eigen handelen en de intensieve samenwerking met de medeverdachten sprake is van medeplegen.
Bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde (wederrechtelijke vrijheidsberoving)
De rechtbank komt op basis van bovenstaande vaststaande feiten en omstandigheden en de onderliggende stukken uit het dossier tot de conclusie dat sprake is van (een actieve) betrokkenheid van de verdachte bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving van de aangever.
Het dossier bevat echter geen concrete bewijsmiddelen op grond waarvan kan worden aangenomen dat de verdachte het oogmerk heeft gehad om een ander te dwingen iets te doen. Immers kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat de verdachte betrokken was of aanwezig is geweest bij het versturen van de berichten aan de familie omtrent het losgeld, dan wel dat de verdachte daarvan wetenschap heeft gehad. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde medeplegen van gijzeling. Wel bewezen is het subsidiair ten laste gelegde medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving.