ECLI:NL:RBROT:2025:15048
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam op 17 december 2025, wordt het verzoek van een verzoeker zonder vaste woon- of verblijfplaats om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor maatschappelijke opvang behandeld. De verzoeker is het niet eens met de afwijzing van zijn aanvraag, die door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam op 27 juni 2025 is gedaan. Eerder had de voorzieningenrechter al een verzoek om voorlopige voorziening afgewezen op 7 augustus 2025. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen belangrijke wijziging van feiten of omstandigheden is die een herbeoordeling van het verzoek rechtvaardigt. De verzoeker heeft in de afgelopen maanden geen onderdak kunnen vinden, maar de voorzieningenrechter concludeert dat hij in staat is om zich met gebruikelijke hulp en een sociaal netwerk te handhaven. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af, wat betekent dat het college de verzoeker voorlopig niet hoeft toe te laten tot de maatschappelijke opvang. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen hoger beroep of verzet open.