Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank waarin kinderbijslag werd toegekend vanaf het tweede kwartaal van 2024. Zij stelt dat zij vanaf het derde kwartaal van 2023 recht heeft op kinderbijslag omdat haar kinderen sinds maart 2023 bij haar wonen en zij de kosten draagt. Tevens betwist zij dat haar ex-partner aan de onderhoudseis voldoet en stelt dat de hoorplicht is geschonden.
De rechtbank stelt vast dat de ex-partner aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de periode van juli 2023 tot en met maart 2024 in voldoende mate in het onderhoud van de kinderen heeft voorzien. De door eiseres overgelegde stukken zijn onvoldoende om het tegendeel te bewijzen. Ook is geen schending van de hoorplicht vastgesteld omdat eiseres niet heeft gereageerd op het aanbod tot een hoorgesprek.
Op grond van artikel 18, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet heeft eiseres daarom geen recht op kinderbijslag over de periode van het derde kwartaal 2023 tot en met het eerste kwartaal 2024. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.