ECLI:NL:RBROT:2025:14565

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
10-070081-25 en 10-259753-25
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplichtigheid aan ontploffing en mensenhandel met minderjarige

In deze zaak heeft de Rechtbank Rotterdam op 3 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van medeplichtigheid aan het teweegbrengen van een ontploffing en mensenhandel. De verdachte, geboren in 2001, werd ervan beschuldigd op 18 januari 2025 in Rotterdam een ontploffing teweeg te hebben gebracht door een explosief te plaatsen en een minderjarige te hebben vervoerd met het oogmerk van uitbuiting. De rechtbank oordeelde dat de verdachte niet kon worden veroordeeld voor medeplegen van de ontploffing, omdat er onvoldoende bewijs was voor een gezamenlijke uitvoering met de medeverdachte. Echter, de rechtbank concludeerde dat de verdachte wel medeplichtig was aan de ontploffing, omdat hij opzettelijk de medeverdachte had geholpen door hem op te halen en te vervoeren naar de plaats van de explosie. Daarnaast werd vastgesteld dat de verdachte de minderjarige had vervoerd met het oogmerk van uitbuiting, wat leidde tot een gevangenisstraf van 28 maanden. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten, vooral gezien de impact op de bewoners van de woningen en de kwetsbaarheid van de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank RotterdamZittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10-070081-25 en 10-259753-25
Datum uitspraak: 3 december 2025
Datum zitting: 19 november 2025
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2001 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres].
Advocaat van de verdachte: mr. O.J. Much (hierna te noemen: de advocaat).
Officier van justitie: mr. T.J. Lindhout (hierna te noemen: de officier van justitie).

1.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - betrokken is geweest bij het teweegbrengen van een ontploffing en dat hij een minderjarige met het oogmerk van uitbuiting met zijn auto heeft vervoerd en overgebracht.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
(parketnummer 10-070081-25)
hij op of omstreeks 18 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief te plaatsen voor/in [locatie] en/of voornoemd explosief aan te steken, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woningen plus inboedel aan [locatie] en/of één meer aangrenzende woningen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de woningen aan [locatie] en/of één meer aangrenzende woningen en/of passanten aan de Franselaan, te duchten was;
(subsidiair)
[naam] en/of een tot op heden onbekend gebleven verdachte op of omstreeks 18 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief te plaatsen voor/in [locatie] en/of voornoemd explosief aan te steken, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woningen plus inboedel aan [locatie] en/of één meer aangrenzende woningen en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de woningen aan [locatie] en/of één meer aangrenzende woningen en/of passanten aan de Franselaan, te duchten was,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 18 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door:
- voorafgaand en/of na de explosie telefonisch contact te leggen met voornoemde [naam],
- met zijn voertuig voornoemde [naam] op te halen en/of af te zetten in de Zweedsestraat zijnde de nabije omgeving waar voornoemde explosie heeft plaatsgevonden,
- een taxi te bestellen waarmee die [naam] werd opgehaald in voornoemde Zweedsestraat na het plegen van de ontploffing,
- een geldbedrag (20 euro) neer te leggen bij de woning van die [naam] waarmee [naam] voornoemde taxi kon betalen;
(parketnummer 10-259753-25)
hij in of omstreeks de periode 17 januari tot en met 18 januari 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, een ander, te weten [naam], geboren op [geboortedatum 2] 2009,
heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van die [naam], terwijl die [naam] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft/hebben bereikt, door:
- via Snapchat, althans een chatdienst, contact te zoeken en/of onderhouden met die [naam] en/of
- die [naam] met zijn, verdachtes, auto, althans een auto (Toyota met kenteken: [kenteken]) op te halen aan de Blekerslaan en/of
- die [naam] naar de Italiaansestraat en/of Franselaan te brengen en aldaar die [naam] af te zetten en/of
- die [naam] een explosief te overhandigen en/of
- die [naam] instructies te geven voor het plaatsen van het explosief bij een woning.

2.Bewijs

2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat de beschuldigingen onder parketnummer 10-070081-25 primair en onder parketnummer 10-259753-25 bewezen kunnen worden.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging vindt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging onder parketnummer 10-070081-25 primair, dat ziet op het medeplegen. Ten aanzien van de subsidiaire beschuldiging van medeplichtigheid heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De verdediging vindt ook dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de beschuldiging onder parketnummer 10-259753-25, omdat het bewijs ontbreekt dat de verdachte degene die de ontploffing heeft teweeggebracht, heeft geworven. Het enkel vervoeren en overbrengen van die ander is daarnaast onvoldoende om te kunnen spreken van uitbuiting. Bovendien werd de verdachte onder druk gezet en bedreigd, wat aan het aannemen van het oogmerk van uitbuiting in de weg staat. Tot slot blijkt niet van enig economisch voordeel voor de verdachte.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
2.3.1.
Teweegbrengen ontploffing (parketnummer 10-070081-25)
De rechtbank is van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Van een gezamenlijke uitvoering is geen sprake geweest. De bijdrage van de verdachte aan het veroorzaken van de ontploffing was daarvoor van onvoldoende gewicht. De verdachte zal daarom van de primaire beschuldiging worden vrijgesproken.
De rechtbank beoordeelt de rol van de verdachte als die van medeplichtige. Op enig moment wist hij immers met welk doel hij de medeverdachte met zijn auto ophaalde en vervolgens vervoerde. Daarmee had hij opzet op het gronddelict dat is gepleegd door de medeverdachte die hij vervoerde en ook op zijn ondersteunende rol als chauffeur. De subsidiaire beschuldiging is dan ook bewezen.
2.3.2.
Mensenhandel (parketnummer 10-259753-25)
De verdachte heeft midden in de nacht een minderjarige opgehaald, vervoerd en overgebracht naar de nabije omgeving van de Franselaan in Rotterdam om daar een ontploffing teweeg te brengen. Het gaat hier om een eenmalige inzet van de betreffende minderjarige, in ieder geval blijkt uit het dossier niet iets anders. De duur van de te verrichten activiteit, namelijk het plaatsen en aansteken van een explosief, is daarmee beperkt wanneer die wordt vergeleken met andere zaken van criminele uitbuiting waarbij een slachtoffer wordt ingezet voor een reeks van criminele activiteiten (bijvoorbeeld een reeks winkeldiefstallen). Echter hoeft volgens de Hoge Raad het slechts eenmaal laten plegen van een strafbaar feit niet aan het aannemen van ‘oogmerk tot uitbuiting’ in de weg te staan (HR 21 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:672).
In deze zaak wordt de beperkte duur van de strafbare activiteit - die dus op zichzelf al niet aan het aannemen van een oogmerk tot uitbuiting in de weg staat - ruimschoots gecompenseerd door de aard van de gedraging. Van de minderjarige werd immers verlangd dat hij een ernstig strafbaar feit zou plegen, namelijk het tot ontploffing brengen van een explosief bij een woning met levensgevaar voor zichzelf en anderen. Het gevaar voor de minderjarige was ook gelegen in de aard van het feit zelf. Hij moest een zwaar explosief aansteken in een portiek, waarvan de uitwerking niet te voorspellen was. Het had, zowel voor de minderjarige als de bewoners van de woningen, heel anders kunnen aflopen.
De rechtbank merkt op dat de minderjarige in het bijzonder kwetsbaar was vanwege zijn leeftijd. Hij bevond zich in een gevaarlijke situatie en was van anderen afhankelijk voor zijn vervoer vanaf de plaats delict.
Het onder deze omstandigheden vervoeren en overbrengen van een minderjarige leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe, dat de verdachte heeft gehandeld met het oogmerk van uitbuiting. Dat niet kon worden vastgesteld dat de verdachte hiervoor een vergoeding in het vooruitzicht werd gesteld en de verrichte criminele activiteiten van korte duur waren, doet daaraan naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet af.
Voor de stelling van de verdediging dat de verdachte onder druk heeft gehandeld, biedt het dossier geen houvast. De verklaring van de verdachte daartoe wordt op geen enkele wijze ondersteund.
2.3.3.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte als medeplichtige betrokken is geweest bij het teweegbrengen van een ontploffing en dat hij een minderjarige heeft vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf
2.3.4.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen [1] en de bovenstaande bewijsmotivering.
1.
Verklaring van de verdachte [2]
Op 18 januari 2025 heb ik met mijn auto, een Toyota Aygo met kenteken [kenteken], [naam] opgehaald aan de Blekerslaan en afgezet in de Zweedsestraat in Rotterdam. Nadat hij was ingestapt kreeg ik telefonisch instructies die ik aan [naam] heb doorgegeven. Ik zag dat hij een pakketje bij zich had. Door de instructies en het pakketje was voor mij duidelijk wat de bedoeling was. Ik heb aan [naam] doorgegeven dat hij iets voor een deur moest neerleggen. Nadat [naam] was uitgestapt ben ik weggereden. Hierna heb ik een geldbedrag van twintig euro bij de woning van [naam] neergelegd waarmee hij de taxi kon betalen.
2.
Proces-verbaal van de politie, verklaring [naam] [3]
Geldorp heeft mij op 18 januari 2025 opgehaald met zijn auto, een Toyota Aygo. Hij heeft mij ergens in Rotterdam afgezet. Ik moest het ding waardoor de explosie plaatsvond voor een deur zetten en aansteken. Dat heb ik gedaan. Daarna ben ik met een taxi naar huis gegaan. Geldorp heeft mij twintig euro gegeven om de taxi te betalen.
3.
Proces-verbaal van de politie [4]
Op 18 januari 2025 is bij de voordeur van de woning aan de Franselaan in Rotterdam, met huisnummer 274C, in het portiek, een explosief afgegaan. Door de explosie is veel schade ontstaan aan het portiek en de woningen. Alle bewoners van de woningen van het portiek waren geëvacueerd. De portiek behelst de [woningen]. Tijdens deze explosie is het onder artikel 157 Wetboek van Strafrecht omschreven gemeen gevaar van goederen opgetreden.
4.
Deskundigenverslag [5]
Op 18 januari 2025 heeft er in het portiek aan de Franselaan te Rotterdam een explosie plaatsgevonden. In het toegangshalletje buiten bij de vier voordeuren waar het explosief tot ontploffing kwam, is zeer ernstig lichamelijk letsel tot dodelijk letsel door de drukgolf, de hitte en het verscherven van hout en stenen door een explosie met zo’n kracht een gegeven.
2.3.4.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
(parketnummer 10-070081-25 subsidiair)
[naam]
-op 18 januari 2025 te Rotterdam- opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een explosief te plaatsen in een portiek aan [locatie] en voornoemd explosief aan te steken, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de woningen plus inboedel aan [locatie] en één of meer aangrenzende woningen en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de bewoners van de woningen aan [locatie] en één of meer aangrenzende woningen en passanten aan de Franselaan, te duchten was, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op 18 januari 2025 te Rotterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk inlichtingen heeft verschaft, door:
- voorafgaand aan de explosie telefonisch contact te leggen met voornoemde
[naam],
- met zijn voertuig voornoemde [naam] op te halen en af te zetten in de Zweedsestraat zijnde de nabije omgeving waar voornoemde explosie heeft plaatsgevonden,
- een geldbedrag (20 euro) neer te leggen bij de woning van die [naam] waarmee [naam] een taxi kon betalen;
(parketnummer 10-259753-25)
hij in de periode 17 januari tot en met 18 januari 2025 te Rotterdam,
een ander, te weten[naam], geboren op 16 februari 2009,
heeft vervoerd en overgebracht, met het oogmerk van uitbuiting van die [naam], terwijl die [naam] de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, door:
- die [naam] met zijn, verdachtes, auto (Toyota met kenteken: [kenteken]) op te halen aan de Blekerslaan en
- die [naam] naar de Italiaansestraat of Franselaan te brengen en aldaar die [naam] af te zetten.

3.Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.
Kwalificatie
De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
(parketnummer 10-070081-25 subsidiair)
eendaadse samenloop van:
medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
en
medeplichtigheid aan opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;
(parketnummer 10-259753-25)
mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie de in artikel 273f, eerste lid onder 2º, van het Wetboek van Strafrecht omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.
3.2.
Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte
De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4.Straf

4.1.
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor de onder parketnummer 10-070081-25 primair en onder parketnummer 10-259753-25 ten laste gelegde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft een fors lagere straf verzocht.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
4.3.1.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte is medeplichtig geweest aan het teweegbrengen van een ontploffing in een portiek met woningen. Daarmee is de verdachte behulpzaam geweest bij een zeer intimiderende vorm van geweld. Het teweegbrengen van een explosie bij een woning is een zeer ernstig strafbaar feit. Een dergelijke aanslag is uiterst bedreigend en beangstigend voor de bewoners en de omwonenden en leidt ook in algemene zin in de samenleving tot onrust en gevoelens van angst en onveiligheid. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door de minderjarige dader van die ontploffing met het oogmerk van uitbuiting te vervoeren en over te brengen naar de directe nabijheid van de plek waar de explosie plaatsvond.
4.3.2.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 oktober 2025 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor geweldsdelicten. Het strafblad van de verdachte leidt niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het rapport van Reclassering Nederland van 19 juni 2025 staat het volgende. De reclassering schat in dat de verdachte de vaardigheden heeft om zijn leven een positieve wending te geven. Aan de andere kant ziet de reclassering op dit moment geen mogelijkheden om met interventies of toezicht het risico op herhaling te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen.
4.3.3.
Oplegging straf
Gezien de ernst van de feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van de duur van de straf houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden opgelegd.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5.Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 48, 49, 55, 57, 157 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

6.Beslissingen

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit onder parketnummer 10-070081-25 primair heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummer 10-070081-25 subsidiair en onder parketnummer 10-259753-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 28 (achtentwintig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7.Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter,
en mrs. A. Hello en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 december 2025.

Voetnoten

1.De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit de bijlagen bij het zaaksdossier FRANS met nummer [nummer 1].
2.Verklaard tijdens de zitting van 19 november 2025.
3.Pagina 136.
4.Proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer].
5.Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, nummer [nummer 2].