ECLI:NL:RBROT:2025:14468

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
FT RK 25-1416
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) met vaststelling van ingangsdatum en duur

Op 3 december 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in de zaak van mevrouw [naam verzoekster], die zich in een problematische schuldensituatie bevindt. Mevrouw [naam verzoekster] heeft een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en om de ingangsdatum van deze regeling vast te stellen op 1 september 2024. De rechtbank heeft het verzoek tot toelating tot de Wsnp toegewezen, omdat mevrouw [naam verzoekster] aan de voorwaarden voldoet en er voldoende aannemelijk is dat zij niet in staat is om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De rechtbank heeft ook de ingangsdatum van de Wsnp vastgesteld op 3 oktober 2025, twee maanden eerder dan de datum van het vonnis, vanwege omstandigheden rondom beslaglegging op haar inkomsten.

De rechtbank heeft de duur van de Wsnp-regeling vastgesteld op achttien maanden, met een einddatum op 3 april 2027. Tijdens de Wsnp moet mevrouw [naam verzoekster] voldoen aan verschillende verplichtingen, waaronder de informatieverplichting en de inspanningsverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd die toezicht houdt op de naleving van deze verplichtingen. De rechtbank heeft ook een rechter-commissaris benoemd om toezicht te houden op de bewindvoerder. De uitspraak is openbaar gemaakt en mevrouw [naam verzoekster] heeft het recht om binnen acht dagen hoger beroep in te stellen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: [nummer]
vonnis van:
3 december 2025
op het verzoek van:
[naam verzoekster],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
Mevrouw [naam verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft mevrouw [naam verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast verzoekt mevrouw [naam verzoekster] om de ingangsdatum van de Wsnp vast te stellen op 1 september 2024. Dit verzoek wordt gedeeltelijk toegewezen.
De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
Mevrouw [naam verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de Wsnp en om een eerdere ingangsdatum te bepalen.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 24 november 2025. Op de zitting zijn verschenen:
- mevrouw [naam verzoekster] , verzoekster,
- mevrouw M. de Roeper, beschermingsbewindvoerder.

2.De beoordeling

Ontvankelijkheid
2.1.
Om toegelaten te worden tot de Wsnp, moet mevrouw [naam verzoekster] in beginsel eerst een poging hebben gedaan om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. Dit vereiste vervalt als aannemelijk is dat het niet mogelijk is om tot een dergelijke regeling te komen.
2.2.
Uit het verzoekschrift blijkt dat schuldhulpverlening namens mevrouw [naam verzoekster] geen aanbod heeft gedaan aan de schuldeisers. In plaats daarvan is direct een Wsnp-verzoek ingediend. De reden hiervoor is dat de schuldenlast niet binnen afzienbare termijn in kaart kan worden gebracht.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat in deze specifieke situatie voldoende aannemelijk is dat niet binnen afzienbare termijn tot een buitengerechtelijke schuldregeling kan worden gekomen. Mevrouw [naam verzoekster] is daarom ontvankelijk in haar verzoek.
De toelating
2.4.
Mevrouw [naam verzoekster] kan worden toegelaten tot de Wsnp als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat mevrouw [naam verzoekster] aan de verplichtingen van de Wsnp zal voldoen.
2.5.
Mevrouw [naam verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de Wsnp.
Bevoegdheid
2.6.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van mevrouw [naam verzoekster] in Nederland ligt.
Duur
2.7.
De rechtbank stelt de termijn van de Wsnp-regeling ex artikel 349a Fw (hierna: looptijd) op achttien maanden.
De ingangsdatum
2.8.
De Faillissementswet (hierna: Fw) bepaalt dat de looptijd in beginsel ingaat op de dag van dit vonnis, tenzij er aanleiding is de looptijd eerder te laten ingaan.
2.9.
Een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald als vanaf die eerdere datum de verplichtingen die volgen uit het voorafgaande schuldhulpverleningstraject zijn nagekomen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de schuldenaar tijdens het minnelijke voortraject maximaal, op basis van de normen die gelden voor berekening van het vrij te laten bedrag (het vtlb), moet aflossen op zijn schulden en dat hij zich moet inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven. Die inspanningsplicht houdt in beginsel in dat er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt moet worden of er moet aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.10.
Allereerst wordt vastgesteld dat mevrouw [naam verzoekster] sinds 19 augustus 2025 is ontheven van haar sollicitatieverplichting door de Sociale Dienst Drechtsteden. Vanaf die datum heeft zij dan ook voldaan aan de inspanningsverplichting. Dat mevrouw [naam verzoekster] ook vóór 19 augustus 2025 heeft voldaan aan haar inspanningsverplichting is niet gebleken.
2.11.
Ten tweede geldt dat door mevrouw [naam verzoekster] in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject vanaf augustus 2025 een bedrag van € 390,24 gespaard had kunnen worden voor de gezamenlijke schuldeisers. Vanaf augustus 2025 is gedurende vier maanden niet gespaard voor de (gezamenlijke) schuldeisers, omdat door een schuldeiser beslag is gelegd op de inkomsten van mevrouw [naam verzoekster] . Daardoor is gedurende vier maanden een deel van de inkomsten tot een bedrag van een bedrag van € 273,80 alleen betaald aan deze schuldeiser. Naar het oordeel van de rechtbank is het feit dat er gedurende die periode niet is gespaard voor de gezamenlijke schuldeisers in dit geval niet toe te rekenen aan mevrouw [naam verzoekster] . Daarom telt die periode wel mee bij het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Nu het bedrag dat onder het beslag is afgedragen lager is dan het bedrag dat gespaard had kunnen worden voor de gezamenlijke schuldeisers, zal de rechtbank tot saldering van de eerdere ingangsdatum overgaan. De rechtbank zal daarom een eerdere ingangsdatum van twee maanden bepalen.
2.12.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat een eerdere ingangsdatum kan worden bepaald. De rechtbank stelt de ingangsdatum vast op 3 oktober 2025, zijnde twee maanden eerder dan de datum van dit vonnis.

3.De (controle van) verplichtingen in de Wsnp

3.1.
De verplichtingen waaraan mevrouw [naam verzoekster] tijdens de Wsnp moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te maken, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting (van inkomen boven het vtlb en van goederen die in de boedel vallen).
3.2.
Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert in de eerste plaats of mevrouw [naam verzoekster] de verplichtingen van de Wsnp nakomt.
3.3.
De bewindvoerder bekijkt ook of de verplichtingen uit het minnelijk traject zijn nagekomen. Voor zover het gaat om de verplichting tot afdracht van inkomen boven het vtlb en de inspanningsverplichting, die bij de toelatingszitting al zijn beoordeeld, verzoekt de rechtbank de bewindvoerder om uiterlijk bij het eindverslag ook verslag uit te brengen over de vraag of van materiële onjuistheden is gebleken (vergelijk r.o. 3.6.4 van het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Dit kan eventueel aanleiding geven tot verlenging van de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
3.4.
De bewindvoerder zal bij het eindverslag ook een advies uitbrengen over de vraag in hoeverre aan de andere verplichtingen in het minnelijk traject is voldaan. Het gaat hier bijvoorbeeld om de informatieverplichting, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de verplichting geen nieuwe schulden te maken. De rechtbank kan nu niet beoordelen of binnen het minnelijk traject aan die verplichtingen is voldaan. Deze vraag zal later worden beoordeeld aan de hand van het verslag van de bewindvoerder (artikel 351a Fw) en hetgeen tijdens de eindzitting blijkt (artikel 352 Fw). Op dat moment zal ook worden beoordeeld of na de toelating aan alle verplichtingen van de Wsnp is voldaan.
3.5.
De taak van de bewindvoerder is in de tweede plaats om de zogenaamde boedel van de schuldenaar te beheren en te vereffenen (artikel 316 Fw). De boedel omvat alle bezittingen die mevrouw [naam verzoekster] nu heeft en wat zij tijdens de toepassing van de regeling verkrijgt (artikel 295 Fw). Mevrouw [naam verzoekster] heeft de verplichting om tot de boedel behorende bezittingen aan de bewindvoerder af te staan (artikel 296 Fw). De bewindvoerder zal de opbrengsten hiervan verdelen onder de schuldeisers.
3.6.
Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
3.7.
De eerste dertien maanden van het traject geldt in beginsel een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan mevrouw [naam verzoekster] .
3.8.
Als mevrouw [naam verzoekster] zich tijdens het Wsnp-traject houdt aan alle verplichtingen van de Wsnp eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de Wsnp werkt niet meer op mevrouw [naam verzoekster] kunnen verhalen. De “schone lei” geldt vanaf het moment dat de bewindvoerder klaar is met zijn afwikkelingstaak. Dat is als de slotuitdelingslijst verbindend is geworden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[naam verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. J.T.P. Pot
en tot bewindvoerder mr. N.N. van Klaveren,
gevestigd te Postbus 136,
2990 AC Barendrecht;
  • stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 3 oktober 2025 en de duur op achttien maanden, en bepaalt de einddatum van de looptijd daarmee op 3 april 2027;
  • draagt de bewindvoerder op de post van mevrouw [naam verzoekster] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. J.T.P. Pot, rechter, in samenwerking met S.R.L.T. Peek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025. [1]