De Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft vastgesteld dat verzoeker vanaf 3 juli 2018 niet verzekerd is voor de Wet langdurige zorg (Wlz), omdat hij niet in Nederland woont en werkt. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat het onderzoek naar het ingezetenschap onvolledig is.
Verzoeker woont ingeschreven in Nederland, ontvangt AOW-pensioen en heeft een zorgverzekering. Hoewel hij veel in Turkije verblijft en daar zorg ontvangt, onderhoudt hij een duurzame persoonlijke band met Nederland, onder meer via familie en sociaal netwerk. De SVB baseerde haar besluit voornamelijk op declaraties vanuit het buitenland en telefonische verklaringen die door familieleden werden betwist.
De voorzieningenrechter concludeert dat de SVB niet alle relevante omstandigheden heeft meegewogen en dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om het besluit te dragen. Daarom wordt het besluit geschorst tot twee weken na het besluit op bezwaar. Tevens wordt de SVB veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.